Carnavalsvereniging de Turftreiërs: van vroeger tot nu
Op 10 januari 1960 vonden een aantal inwoners van America de tijd rijp om, zo luiden de notulen van de oprichtingsvergadering, “carnaval in America te organiseren“. Tot die tijd bleven georganiseerde carnavalsfeesten beperkt tot verklede voetbalpartijtjes. Gerard Wasser regelde deze wedstrijdjes en het was dan ook geen verrassing dat hij de 1e voorzitter werd van het Carnavalscomité America. Als eerste organiseerde het comité tijdens carnaval 1960 een kinderoptocht. In de jaren daarna werden de festiviteiten uitgebreid met Beierse avonden, maar ook dans-, liedjes- en amusementsavonden. Op 8 april 1962 besloot men om de naam Carnavalscomité America te wijzigen in Carnavalsvereniging de Turftreiërs en in hetzelfde jaar werden de eerste carnavalssteken voor het bestuur aangeschaft. Het regelen van allerlei feesten ging gestaag verder, maar pas in 1964 volgde de bekendmaking van de 1e Prins van de Turftreiërs in de persoon van Hay Kleuskens. Ook de invulling van andere belangrijke functies zoals Vorst en Ceremoniemeester kwam midden jaren zestig tot stand. Met de beperkte financiële middelen probeerde men elk jaar weer om de inwoners van America het nodige plezier te bezorgen tijdens carnaval.
De aanvankelijke kinderoptocht was eind jaren zestig uitgegroeid tot een grote optocht en de amusementsavonden van toen werden later de zittingsavonden zoals we die tegenwoordig kennen. Carnaval voor de jeugd werd inmiddels georganiseerd door het jeugdcomité. Voor het bestuur van de Turftreiërs kwam er steeds meer bij kijken om alles goed te laten verlopen, maar gelukkig kon men bouwen op de diverse leden die de vereniging rijk was. Toch verliep niet alles vlekkeloos. Zo togen op een dag enkele bestuursleden naar de Belgische grens om daar een orkest op te halen. Wat ze ook vonden aan de Belgische grens, in ieder geval geen orkest. Voordat men de terugreis aanvaardde werd eerst wat moed ingedronken. Lichtelijk aangeschoten kwam men terug in America en daar bleek het gecontracteerde orkest zich allang te hebben geïnstalleerd. Ondanks de tegenslag en het verdriet bij het wegvallen van enkele steunpilaren ontwikkelde de carnavalsvereniging zich in de jaren 70, 80 en 90 tot een bloeiende vereniging.
Mede door de impulsen van de carnavalsvereniging ontstond in 1988 een Boerenbruiloftcomité, wat jaarlijks voor een prachtige Boerenbruiloft zorgt in America. Naast de organisatie van de diverse festiviteiten besteden de Turftreiërs sinds 1989 ook elk jaar aandacht aan mensen die zich bijzonder verdienstelijk maken of hebben gemaakt voor America. Verder worden op carnavalszaterdag altijd de inwoners van America bezocht die tijdens de carnavalsdagen in een zieken- of verpleeghuis moeten verblijven. Zo heeft carnavalsvereniging de Turftreiërs in de loop der jaren op allerlei manieren een belangrijke plaats verworven in de Americaanse gemeenschap.
Het bewijs dat carnaval in America springlevend is, wordt elk jaar weer geleverd door de grote publieke belangstelling, de optredens van vele Americaanse artiesten tijdens de zittingsavonden, de grote deelname aan de optocht en de hulp van velen tijdens de diverse festiviteiten. Carnaval bij de Turftreiërs: een feest voor jong en oud, een feest dat altijd zal blijven bestaan.
Alaaf !!!
De karnevalsvereniging
Carnavalsvereniging ‘de Keieschiéters’ is opgericht in 1950. Een Prins Carnaval was er in dat jaar nog niet bij. Wel werd er een optocht georganiseerd, die ´s maandags door het dorp trok en dinsdags naar de cafés aan de grens.
In 1952 werd de Raad van Elf opgericht en organiseerde de vereniging ook hun eerste liedjesavonden, die al snel uitgroeiden tot hoogstaande carnavalszittingen die tot op de dag van vandaag met enkel en alleen plaatselijke artiesten en eigen carnavalsliedjes worden opgeluisterd. Op deze zitting, waarvan er drie gehouden worden, wordt ook de nieuwe Prins van dat jaar ‘uitgeroepen’. De eerste prins van de vereniging was Ger Coenders in 1954. Sinds 1959 heeft de vereniging ook een prinsengarde die bestaat uit 11 dames en die aangevoerd worden door het dansmarietje.
In Arcen heeft de prins geen adjudanten. Hij zal de hele vastenavond bijgestaan worden door het dansmarietje. Met zijn tweeën zal dit unieke duo het carnaval in Arcen voorgaan.
Ook voor de jeugd van Arcen is er een zitting met uitroepen van de jeugdprins, want ook voor de ‘Keieschiéters’ geldt, dat de jeugd de toekomst heeft. De vereniging probeert de kinderen dan ook al vroeg voor de “vastenavond” warm te krijgen. Alle kinderen van de basisschool krijgen de kans om een jaartje bij de vereniging “mee te draaien”. De meisjes uit groep 6 mogen bij de jeugdprinsengarde en de jongens mogen in groep 7 bij de Raad van Elf. Uit deze groepen worden ook de jeugdprins en het dansmarietje gekozen. Nagenoeg ieder Arcens kind is wel lid geweest van de Raad van Elf of de prinsengarde.
De vereniging bestaat uit leden, leden van verdienste, ereleden, ereleden van verdienste en een erevoorzitter.
De carnavalsvereniging heeft statuten, een huishoudelijk reglement en een onderscheidingen reglement. Verder is de vereniging aangesloten bij de BCL (Bond van Carnavalsverenigingen in Limburg).
De organisatie van de vereniging ziet er als volgt uit (in volgorde van belangrijkheid):
- de ledenvergadering
- het bestuur thans bestaande uit 7 leden
- het dagelijks bestuur, voorzitter, secretaris, penningmeester en de vorst
Onder het bestuur fungeren de commissies. Iedere commissie heeft een voorzitter. Deze commissievoorzitters vormen samen met het bestuur de vergadering van commissievoorzitters (het belangrijkste adviesorgaan van het bestuur).
In de huidige structuur is de Raad van Elf ook een commissie met als voorzitter de vorst. De vorst heeft de leiding over het gehele geüniformeerde gedeelte van de vereniging; de Raad van Elf en prinsegarde. De vorst wordt hierbij bijgestaan door de ceremoniemeester.
De prins wordt elk jaar gekozen door het dagelijks bestuur, na een aanbeveling van de gezamenlijke vergadering van bestuur en Raad van Elf.
De voornaamste inkomsten van de vereniging komen uit de bijdrage van de ‘Stichting Steunfonds Culturele Aktiviteiten Arcen', de donateursactie, de kienavond en van sponsoren.
De vereniging heeft een eigen loods gelegen aan de Brandemolen. Hierin worden de prinsewagens gebouwd. De kleding, alle andere materialen en ook het archief van de vereniging ligt hier opgeslagen.
De residentie van de vereniging is café ‘de Inaborg’.
Frits Smeets kump ter ore det de inkele jaore teveure opgerichte Tuinhagedisse oet Leeuwe haor pekskes verkaupe. Dit bringt hem op ut idee om in Azerao auch ein vastelaovesvereniging op te richte. Frits Smeets, Harrie Diels en Wim Diels troffe zich zondaags morge altied in heur sjtamcafé Verheggen op ut Maolbrook. Hiej sjtelt Frits zien idee aan Harrie en Wim veur, ziej besjloete om ein vastelaovesvereniging op te richte.
Noe nog einde geschikte naam keeze. Der komme al direct suggesties zoals: Zandjhaes of Hagedisse. Harrie kump mit de Nachtegale. Dit omdet eine nachtegaal eine kleine maar fijne vogel is en det pas sjoon biej Azerao omdet dit durp auch klein maar fijn is. De eerste aovond wird gekaoze veur de toen zeer populaire bend “De Accordeonette”. Deze koste toen al ut zeer riante bedraag van 450 gulde. Es der ein tekort in de koste zou zeen zou ederein zien deil biejdrage. Paul van Maen (Engelen) waerde oetgekaoze es eerste Prins van De Nachtegale. Es prinsepak fungeerde ein pak van sjötteriej en fluiterkorps van het Maolbrook. De prinsenmuts waerde gesjponsord door kastelein Thij Verheggen. De pekskes veur de Raod van Ellef waerde in Leeuwen gekoch en de koste hiejvan waerde veurgeschaote door ut fluiterkorps.
Nao de eerste aovend die hael good sjlaagde en wo-op versjillende gifte waerde ontvange, koste deeze al teruk waere betaald.
't Ontsjtaon vanne Jokers
In 1960 waerdje ónger de naam "De Jokers" (vastelaoves-nar) een carnavalsvereniging opgerichtj. De vereniging reep in 1961 Prins Funs I es ieëste prins oet. De C.V. de Jokers hieët mer 6 vastelaovessprinse oetgerope. Vanwaege 't in kórte tied oploupende kóste-plaetje höbbe de Jokers zich in 1967 mótte opdoeke.
Vanaaf 1979 ginge de plaatselikke Harmonie (hermenie Crescendo) en de Voetbalclub (Voetbalvereniging Beegden) het zgn. "HAVO-bal" op puetjes zètte, waobie tot 1987 eder jaor eine prins oet de Hermenie of Voetbalklup waerdje oetgerope.
Vanaaf 1988 waerdje door 't "HAVO-comité" prinse oet de ganse Bieëgdjer gemèndsjap oetgezochtj. Dees vastelaovesprinse waerdje es "JOKER-prins" (zeendje dé Prins van Bieëgdje) aangesproeake. Nao ein paar jaor hieët dit oeteindlik tot 't opdoeke van 't "HAVO-comité" geleid en hieët Paul Pollaert en Bart Backes 't 't väörtouw genoeame en höbbe ze same mèt ein aantal vastelaoves-veerders oet 't aod HaVo-klupke de "STICHTING DE JOKERS BIEËGDJE" opgerichtj. Offisieel is dees sjtichting op 12 fibberwari 1992 ten kantore-van notaris Smits in Thoear geboeare.
Väör en ten tieje van de oprichting van "Stichting De Jokers" woeare ouch anger vereniginge oet Bieëgdje ane gang mèt vastelaoeves-aktiviteite. Dees vereniginge zeen in daen tied det d'r gein vastelaovesklup in Bieëgdje bestóng in 't zgn. "carnavals-gaat" gedoeake. Zoea organiseerdje de jeugdsoos "Second Home" al hieël väöl jaore de jeugdvastelaovendj. Ze repe al vanaaf 1965 eine jeugdprins oet. Ouch waerdje de vastelaovendj ane gang gehaoje in café Piepers (inne Hei). De "Heipötters" repe dao jaore langk eine vastelaovesprins oet.
Vanaaf 1993 hieet de "Stichting De Jokers Bieëgdje" in good ueverligk mèt de jeugdsoos, 't ganse jeugd-vastelaovesgebäöre, uevergenoeame. Hermenie Crescendo oet Bieëgdje besjloeat in 1995 de Bóntje Aovendje ane Jokers uever te drage.
Hoeagtepuntj in 't nog kórte besjtaon vanne Jokers, vormdje 't behaoldje Limburgse Buutte-kampioenschap op 14 januari 1994 van oze eige Bieëgdjer-Joker: Peter Vaassen. Ein jaor daonao op 13 jannewari 1995 organiseerdje de Jokers de "GroeatLimburgse buuttekampioensjappe" väör ein pebliek det besjtóng oet 1300 luuj.
In fibberwari 2003 vierdje Sjtichting de Jokers 't 11 jaorig besjtaon.
De Baeker Pottentaote zin ein van de oudste vastelaovesvereinigingen in Nederland.
Ze zin veurgegange door de Mirlitophile oet Valkeberg (1841) en de Marotte oet Zitterd (1881). In 1886 zin de Baeker Pottentaote opgerich.
Ontstaon Baeker Pottentaote
In de tummerwirkplaats van Jean Lemmens aan de Stationsjtraot kwaome op gezètte tieje ein paar jongeluuj bie-ein om te kalle euver allerlei zaken die op dat moment actueel waore in Baek. Op ein van dees bie-einkomste kwaom o.a. auch de naderende vastelaovend ter sjprake. Ze vroogte zich aaf, of ze zich in Baek auch zouwe kènne amuseren. Drèk ontsjting d'r ein onderlinge gedachtewisseling en woorte de ièsjte planne gesjmeed. Hiebie kwaom ôngermeer de meugelikheid om eine verkleidde optoch te houwe ter sjprake. Dit zou veur Baek gèt gans nuuts waere en 't dènkbeeld kreeg algemeine insjtumming o.a. omdat ein dergelijke vertoning zeer gesjik zou zin om de deilname van alle sjtanden in de bevolking te verkriege. Veur dat d'r ein vergadering in breije kringen woort opgeroope moosj dees nuuj vereiniging ièsj eine naam höbbe. De vergadering doerde echter zeer langk omdat de vastelaoves-enthousiastelinge zich suf piekerde om eine gesjikte naam te vinge.
Ein vrouw in 't sjpel
Ein kaoje vrouw brach redding. Ein van de groatste veurvechters van ein plaatselike vastelaovesviering, koster Alex Lemmens, kièrde hièl laat heivesj wo höm ein allesbehalve hartelik welkom aan de hoeselike haard wachtte. Zien wettige echtgenote ontving höm mit de bitse weurd: "Doe bès mich eine pottentaot!". De koster maakte eine sjpröng in de loch en reep taege zien vrouw: "Ich höb 't!". Hae rende 't hoes weer oet en ging nao ziene vrund Sjeng Lemmens. Deze woort oet bèd getrommeld. Hae heij de deur nog mèr net aope of hae hoord de koster al roope: "Veer neume òs de Pottentaote!". Eine blije glimlach trok euver 't brommerige gezich van d'r Sjeng, de ièsjte aovend heij toch nog ut gewunsjte resultaat opgeleverd.
In januari 1886 waor 't de durpsomrooper Willem van Geelke dae door Baek trök mit ein bel en eederein oetnuèdigde om op zondigmurge nao de hóagmis ein vergadering bie te woone in café Gijzen achter de kirk ('t latere hotel Colaris). Doel van dees vergadering waor 't oprichte van ein vastelaovesclub.
De ièsjte vergadering woort zwao druk bezoch dat twiefel aan ein eventueel succes woort oetgesjlaote. 't Plan sjprook neet alleein de jongere aan, maar heij auch sympathie van auwer luuj.
Op de twède vergadering woort de club definitief opgerich en woort d'r ein besjtuur gekooze. Naodat 't besjtuur waor saamegesjteld deeg zich nog ein probleem veur. De pas opgerichte club moosj nog eine naam höbbe. Nao ein lang discussie brach de koster Alex Lemmens de oetkomst. Hae sjtelde veur de club de Pottentaote te neume. Dit woort mit algemeine sjtumme aangenömme.
Pès 1934 bleeve de Pottentaote bestaon oet ein los-vas comité. Eeder jaor woort d'r op twède kaesjdaag euverlag wat d'r in de kommende vastelaovend moosj gebeure. In 1934 woort 't comité omgezat in ein vereiniging mit eine Raod van Èllef. De optochte woorte pès de twède waereldaorlog ins in de veer jaor gehauwe. Nao de aorlog is dit ein jaorlikse traditie gewoore
En noch effekes en dan bestaon veer és Potentaote 11 x 11 jaor..
CV de Drake is opgerich in 1952 op initiatief van Harmonie St. Gertrudis. De ieërste Prins waas Jan Geraets. Vanwaege de watersnoeëdramp waas Jan ouch in 1953 prins. Jan Geraets waerde in 1956 geïnstalleerd as Vors Jan en hae haet de Beeselse Vastelaovend geleid toet hae in 1979 zien functie euverdroog aan Piet van Herten. Bie zien aafsjied waerde Jan beneump toet Opperdraak.
In 1955 kreeg Beesel ziene ieërste Jeugprins in de persoeën van Rene Rovers. Aan 't begin van de jaore '60 waerde 't programma oetgebreid mit carnavalszittinge in 't veursezoen. Dees zittinge waerde geleid door Pierre Cnoops. In dees jaore höbbe diverse bekènde artieste in Beesel opgetraoje.
Begin jaore '70 waerde veur 't ieërs de Boerebroelof georganiseerd door Jongeren '70. 't Ieërste boerebroedspaar ware Annie Thijssen en Frits Meerts.
De Liedjesaovend waerd ouch al vanaaf de jaore '70 ónaafgebraoke gehaje. De ieërste Beeselse sjlaeger waas Sjterrezaat. Deze sjlaeger waerde regionaal bekènd.
De muzikale begeleiding door de Drakekapel is in al die jaore ein ónmisbaar element in de Beeselse vastelaovend. Veur de zang waerde in de jaore '70 gezorg door de Drakezengers. Later waerde dit euvergenaome door de Zanggroep dae nog altied zorg veur de veurtreffelike oploestering van de Mis en de Bóntje Revues. De Jeugcarnaval waerde in 1980 opgerich in samewèrking mit Jong Nederland, Bieslo Jeug, Roka en Jongeren '70.
In 1988 droog Piet van Herten ziene titel as Vors van de Drake euver aan Har Reijnders. Piet bleef waal nog in functie as veurzitter. Wie hae in 2000 ziene hamer euverdroog aan Cor Vulders, waerde hae beneump toet Nestor van de Drake.
In 1999 kreeg de vereiniging eine besjermhieër en ein besjermvrouw in de persoeëne van Jan en Gu Theelen.
In 2003 waerde Vors Har opgevolg door de huidige Vors Huub Geerlings. Har kreeg veur zien verdeenste veur de vereiniging de titel Groeëtvors van de Drake. Daobie waerde hae ouch nog geïnstaleerd as besjermhieër van de Aad Prinse Kómpenie.
In 't sezoen 2005-2006 viere de Drake 't 5 x 11 jäörig jubeleum. Ein jubeleum det veur de Beeselse gemeinsjap neet ónopgemerk veurbie zal gaon, indachtig de wäörd van ózze ieërste Prins en Opperdraak Jan Geraets: "Veur zin d'r óm de miense te ammezere".
Ut begôs allemaol op 5 nôvember 1953 tiedes ein beejeinkôms van ut Oranje-kômitee. Op die vergaadering woort gesjpraoke euver de oprichting van ein carnavalsvereiniging binne Belvend. Door middel van ein sjriëve woort aan zô'n ôngevier hôngerd inwoëners eine oproop gedaon um meij te wèrreke. De organizaatôre leete d'r gen graas euver greuje: op 11 nôvember aansjloëtend woord de iërste beejeinkôms belag, saame met ut Oranje-kômitee en de toenmaalige börgemeister Martin van Rijckevorsel. D'r kwaame, jaowaal geej laes ut good, nag 34 angere minse op aaf.
Op deezen aovend woort auch al ein vurluipig besjteur gevormp. De heej nao genumpde persoëne haaje zitting:
Jan van de Voort (van de mölder); Harie Janssen (d'n hollenger); Fons Stevens (Maas); Pierre Janssens (kapper) en Lex Geurts (van kraane Kuëb)
Jan van de Voort woort toet veurzitter gebômbardeerd en dao-meij begôs de vastelaovesbal te rolle. Of met de wäörd van de toenmaalige sikkertaris Lex Geurts in ut versjlaag van 1953/1954: 'Dao ging ut haer'.
Ut vurluipige besjteur ging aan de sjlaag. Van Sjeng Schell (pannemans) kwaam in iërste insjtansie de naam 'De Paerdssjterte' vur de kersverse vereiniging, die oët neege leeje besjtong. Mer dae naam woort op de volgende beejeinkôms op 14 nôvember al verangerd in 'De Belhamels'.
Dit op veursjtel van Lei Huys en Lex Geurts. En dae naam is 't toet op vandaag gebleeve.
Carnavalsvereniging Bergen:
CV de Erdmennekes
Limburgse
Sterrenparade
De sage van Bergen en het Erdmenneke
Duizend jaar geleden hadden erdmennekes de handen vol met graven van de Maas. Ze zaten hele dagen te graven en 's avonds klopten ze het zand uit hun klompen. Dat vormde hoopjes die steeds hoger werden zodat er hele bergen ontstonden.
En zo kreeg ons dörpke aan de Maas de naam "Bergen" en zijn Bergenaren "Erdmennekes".
Dat later onze carnavalsvereniging die naam zou krijgen is dus niet verwonderlijk. De grote verbreider ervan is Jan Daemen.
De benaming "Erdmenneke" kreeg ook nog een historisch tintje: rond de jaren 1920-1924 kwam ene "Tontje van Elst", een klein gedrongen marskramertje, via Cuijk en Boxmeer bij Well aan waar hij de Maas was overgestoken. Bij van Rhee had hij een vaste pleisterplaats gekregen in het hooi.
Men noemde hem in de volksmond "het Erdmenneke" en men vertelde aan de kinderen dat hij uit de grond was gekropen "krek as ene mol"!
En zo is het gekomen...........
Op 18 juni 2005 is door Prins Peter II en Burgemeester Klaverdijk bij het gemeentehuis in Bergen een bronzen beeldje onthuld van 'Tontje het Erdmenneke'. Loop er eens langs en lees de hele sage op de sokkel, het is de moeite waard!!!
Carnavalsvereniging Blerick:
Vastelaovesgezelschap de 3kes
D'r zien waal ens van die dinger wao beej se dinks; Waat kin 't döbbeltje raar rolle. Auk noow weer. 't Laeve hingk van toeval aan ein en 't toeval haet heej auk weer zien steintje of eigelik 'nne ganse grindtegel aan beejgedrage.
Op 'nne verjeurdaag in december 2001 is de basis gelag van ’t huidige Groët Venloosch Vastelaoves Gezelschap de 3-kes. ‘t Oétroope van ‘nne alternatieve prins van Bliérick zörgde d’r veur det spraekwaordelikke belke ging rolle. Zoë as geej weit begint nao ald op niej de vastelaovend en 't ideej waort dan auk geopperd um met Prins Maurice I nao de prinse recepsie van de Wortelepin te gaon. Onder 't genot van ein pilske waort beej Urbaan Verberkt ein vastelaovesgezelschap geformeerd;dich wuurs…en dich wuurs... Maar wie heite weej dan? "De 3-kes" reep d'r eine, weej hadde toen namelik maar 3 raodsleeje. Op die meniér waas 't gezelschap gebaore, niks mier en niks minder. De iérste vergadering vond ein waek later plaats. Heej waort beslaote neet nao de resepsie toe te gaon, maar um ein organisatie op te gaon zette. Auk woort ’n concep bedach veur de Vastelaovesvereiniging. Alles mit de 3, veur groët Venlo (doelgroep 20 tot en met 35 jaor) en ’n Nar as boegbeeld.
In het café van Chris en Tiny Olischlager, die men de ül noemde, merkte men weinig van het carnavals gebeuren. Samen met de klantenkring werd besloten om een café prins uit te roepen.
De 1e prins (W. Heckmans) maakte zelf orders en deed ook zijn schoenen goud bronzen. Er werden oude prinsenkappen van zolder gehaald en de dames naaiden een prinsenpak. Op een zaterdag avond werd dan de 1e prins van de zoefülle uitgeroepen.
Hij ging natuurlijk ook mee in de optocht met de president en een prinses in een oude wagen met schuifdak. Snoepgoed om uit te gooien hadden ze ook, dat was namelijk ’s zondags in Simpelveld geraapt.
Zo is het allemaal begonnen en vervolgens uitgegroeid tot een Raad van Elf en een Fanclub.
Carnavalsvereniging Boekend:
Cv De
Worteleschrabbers
''De Veteranen''
De vastelaovend in d'n Bookend is oerspronkelik ontstaon oet de voetbalklup. De ierste aktiviteit die op vastelaovend leek, waas ut verkleid voetballe, al bekint van 1945. Dit waas de ierste en taeves de enigste vastelaoves-veering in d'n Bookend. Wies 1959 waas ut valle en opstaon geblaoze met de vastelaovend. In det jaor kreeg d'n Bookend ziene ierste officiele prins, Baer van de mellukboer (Huijs).
Ut huule vastelaoves gebeure kwaam pas ech op gang toen de veteranen van de voetbalklup ut hef in heng naome. Jan Huijs woard in 1962 d'n ierste prins van de veteranen. Dees 'vrindeklup' haet de vastelaovend in d'n Bookend eine enorme stimulans gegaeve. Onger leiding van vorst Toon Vosbeek en veurzitter Wiel van Kuup (Titulaer) waord d'r jaorliks eine Prins met adjudanten gelaeverd. De raod van elluf bestong toen oet 17 minse, inclusief de reserves. Ein traditie waas, en haet lang stand gehalde, det de dames jaorliks eige kleier ontweerpen en ouk alle aktiviteiten en festiviteiten bezochten. Op ein gegeve augenblik ontstong echter ein probleem det alle veteranen al eins ein kier prins waare gewaes, Jan Huijs zelfs twiee kier. Ut animo woard minder en de veteranen vongen det eure tied gekome waas um eine dieke streep te trekke.
''De oprichting''
In 1980 kwame Jan Huijs, Kees Marieen, Thei Coenen en Hadje Lenders beej mekaar um de mogelikheeje te bekieke um ein echte vastelaoves vereiniging op te richte. Naodet de veteranen heur aktiviteiten gestopt heije, vongen zeej ut toch waal dood-seung det der neet doorgewerkt zoej waere aan dees basis die de veteranen in die jaore heij naergezatte. Um als vastelaoves-vereiniging te funktioneren mosse neeve ein bestuur auk noch un raod van elluf hebbe. Naodet eine breef nao alle minse van d'n Bookend waas gestuurt, kwaam dao welgeteld gen ein reactie op (zoeals det in vuul gevalle normaal is). Zeej zien toen persoonlik ein aantal minse gaon benadere, en toen lukte ut waal. De vereninging bestong toen allein oet de bestuur-leeje, de raod van elluf huurde d'r waal beej maar waare gen lid. De raod woard netuurlik waal op de huugte gehalde van alle aktiviteiten. Ut ierste bestuur bestong toen oet: Hadje Lenders, Jan Huijs, Kees Marieen, Thei Coenen en Sjraar Klerken. Zeej ware met z'n vieve de kleinste vereiniging van d'n Bookend.
''D'n ierste Prins''
In 1981 kwaam de ierste officiele Prins van dees vereiniging, namelijk Prins Wiel II (Gubbels),
tevens waord auk de naam ''de Worteleschrabbers'' aan dees vereiniging gegaeve, deze naam is toen der tied nog verzonne door Huub en Mien Hendriks. Eine naam dae natuurlik geent waas op de zustervereinigingen van ''de Wortelepin'' en ''de Poerker''. Det de vastelaovend in d'n Bookend good van de gronk kwaam waas veural te danke aan d'n enorme inzet van Toon Vosbeek. Hae heet ter alles aan gedaon um ut publeek in eige Dorp te halden. Op dees basis waas ut dus ouk neet meujlikum door te gaon. De aktiviteiten ontwikkelde zich zoeas det beej ein gooje vereiniging huurt. Zoe auk de ierste vastelaoves-zitting in 1979. Hoewaal der volgens Thei Coenen ein gooje basis loog, bleek ut publiek der toch neet alle vertrouwen in te hebbe, en ut gevolg waas det d'r maar 45 bezeukers waare gekome. Toch waar dae avond ein grandioos succes, en det haet zich de aafgeloupe jaore genog herhaold. De zittingen zien altied oetverkoch. We hebbe zelfs in 2002 de veurrondes van de buuutkampioenschappen van het LVKA nao d'n Bookend gehoald.
''Mooder Mie''
Beej Mie van Rutte waas sinds jaor en daag de residentie gevestigt, now is det beej de Boos. Eigelik waas Mie os beschermvrouwe, in de Kefee van Mie is de vastelaovend ontstoan in d'n Bookend, en det is tot 1990 Zoe gebleve. Beej Mie waas alles meugelik.
Heej nao volgt ein stuk tekst wie ut vastelaoves gebeure d'r in 1991 oet zoog. De worteleschrabbers begonne eur aktiviteite, boete de zitting en de prinsenbal, op de vriedaag veur de vastelaovend. Jufr. Maria Hendriks van de kleuterschoel makde den ut nog zeer jeugdige kleuter-trio bekint. Vervolges woord d'r in de Boos eine kingermiddag gehalde veur alle schoelgaonde jeug. De kleuters verzorgde den eine middag vol liedjes en veurdrachten. Nao aafloap trok de prins met zien gezelschap ein ''groete'' ronde door d'n Bookend wao beej Stien van Rutte altied gestopt woord. De kinger zonge auk altied: ''Stiena, doot de deur oap en loat d'r os ens in ..'' Heej krege zeej altijd een snoepje en veur de aldere waar d'r jagermeister. De officiele aktiviteiten starte toen op zondaag morgen, den waas der ein heilige mis. Dit is nog altied zoe gebleve, allein is de mis nao twie weken veur de vastelaovend. Veur dees heilige mis woorden ierst de teksten met de pastoer doorgenomme. De prins heeld toen auk al ein toespraak.
Op d'n daag van vandaag organiseerd de vastelaovend vereiniging samen met de jeugdclub de ganse vastelaovend in de Bookend.
Carnavalsvereniging Broekhuizenvorst: Cv De Blauwpoët
Carnavalsvereniging Broekhuizen:
CV de Krey
CV De Krey is dé Carnavalsveriëniging vaan Brokeze.
Ut Noord-Limburgse Brokeze (Broekhuizen) is un klein moj dörpke aan de maas daat zo’n 850 ienwoëners telt. Ien 1957 is de Carnavalsveriëniging vaan Brokeze opgericht. Alle thuus-activiteite vaan De Krey werre gehalde ien “De Kreyenès” op veerwaeg 15 ien Brokeze.
Carnavalsveriëniging De Krey stut vural bekend um ziene fameuze “Tour De Brokeze” den jaorluks op carnavalsdinsdaag ien ut dörp wurd gehalde.
Verder hed CV De Krey o.a. jaorluks (vreejdaags de waek vur carnaval) enne Buutaovend, op carnavalszaoterdaag enne aalzelaeve knoepgezellige uutgaons-aovend mit ut Buurtenbal en spesjaal vur de kiender op carnavalsmaondaag un echte KienderBooreBrulluf.
De complete geüniformeerde groep vaan CV De Krey bestut uut De Prins mit (meugeluk) en Princes, enne Adjudant, enne Vorst, De Raod vaan Elluf, De Pliesie, De Narre, Ut besteur en de Dansmarietjes. Buute dees geuniformeerde leeje zien d’r nog tal vaan andere aktieve leeje die zich ok mit ienzette um enne mojje carnaval ien Brokeze mit te make.
Verder zien d’r ien Brokeze ok nog twieje Kapelle die vur de nuëdige blaosmeziek zurge mit de carnaval; daat is Joekskapel “Duk d’r nève” en Blaoskapel “Gister ging ut baeter”.
Carnavalsvereniging “de Streupers” is in 1954 in café Bus oppe Egge in Broenssem opgerich. Vuur de naam “Streupers” woeërd gekoaze, omdat doeër dees club van vrunj jieëder weekend de cafés en danszale “aafgesjtreupt” woeërt, de dansorkeste en de vrouwluuj achternoa. Aan ’t inj van de joare zestig, verhoesde de vereniging noa ´t gemeensjapshoes “Open Huis” in Broenssem-Noord. Teëge ’t inj van de joare 70 woeërd de definitieve narretempel gevonge in “D’r Brikke Oave” geleëge aan der Linjeplei in het centrum va Broenssem. C.V. de Streupers makt deel oet van de Karnevalsroad Broenssem, deë oet veer vereniginge besjteet. Die veer vereniginge lieëvere om de buurt d’r Sjtadsprins va Broenssem. Dat betekent dat de Streupers om de veer joar d’r Sjtadsprins van Broenssem moge proclamere. En ’t toeval wilt, dat dat joar ooch nog ´n sjrikkeljoar is. In de joare tusje twieë sjtadsprinse heët de vereniging gene prins. Toch is zie ooch in die joare actief binnen ’t vasteloavesgebuëre. Zoeë organiseert de vereniging jieëder joar ’n groeët Buutefestival, in ’t weekend vuur d’r vasteloavend, in “D’r Brikke Oave”. Dat Buutefestival wurd versjpreid uëver twieë oavende, d’r vriedig en d’r zoaterdig. Op zoeëne oavend treë zon 5 buutereedners op, die weëre afgewisseld mit zang en dans. Dees oavende zint jieëder joar oeëtverkoch!Doa neëve bie numt de vereniging deel aan alle plaatsjelikke vasteloavends activiteite die weëre georganiseerd doeër de Karnevalsroad Broenssem. Op oëtnuëdiging weëre diverse recepties van angere, bevrunde, vereniginge bezoch en loestert de vereniging gala oavende in de ganze regio op mit dans en meziek. Ooch is de vereniging lid van de Federatie Euregionale Gardes (FEG). Zie bezeukt dan ooch jieëder joar ’t gardetreffe, Woe zie zich names ozze parelsjtad Broenssem van de biste kantj lieët zieë. De vereniging is, in de persoon van Rob Bindels, de groeëte initiator achter dees gardetreffes! Die gardetreffes vinge jieëder joar urges angesj plaatsj. Zoeë is de vereniging al in Mestreech, Eupen op ’t Bels. Gelean, Remunj, Voals en Düren (D) geweë. Ut komende joar sjteit Mönchengladbach op ’t Duutsj op der agenda. In 2010 kumpt ´t gardetreffe vuur de driede kieër noa Broenssem! Kortom, ´n vereniging vuur jonk en oud, mansluuj en vrouwluuj: Vasteloavend, vuur jieëderee get!
Carnavalsvereniging “de Streupers” is in 1954 in café Bus op de Egge in Brunssum opgericht. Voor de naam “Streupers” werd gekozen vanwege het feit dat deze vriendenclub elk weekend de cafés en dancings “afstreupten”, de dansorkesten en de vrouwen achterna. Eind 60-er jaren verhuisde de vereniging naar het gemeenschapshuis “Open Huis” in Brunssum - Noord, waarna eind jaren 70 hun definitieve verblijfplaats “D'r Brikke Oave' aan het Lindeplein in het Brunssumse centrum werd. CV. de Streupers maakt deel uit van de Karnavalsraod Broenssem als 1 van de 4 Brunssumse verenigingen. Deze verenigingen leveren per toerbeurt de Stadsprins van Brunssum. Dat wil zeggen dat de Streupers om de 4 jaar de Stadsprins van Brunssum mag leveren. En dat is toevallig ook nog het schrikkeljaar. In de jaren tussen twee stadprinsen heeft de vereniging géén prins. Toch is zij ook in deze jaren zeer actief in het carnavalsgebeuren. Zo organiseert zij elk jaar een groot Buuttefestival, in het weekend vóór carnaval, in de “D’r Brikke Oave” verspreid over 2 avonden. Tijdens deze avonden treden een 5-tal buutereedners op, afgewisseld door zang en dans. Deze avonden zijn steevast uitverkocht. Verder neemt de vereniging deel aan alle plaatselijke carnavalsactiviteiten die georganiseerd worden door de Karnavalsraod Broensem; bezoekt zij op uitnodiging talrijke recepties van bevriende verenigingen en luistert zij gala avonden op in de gehele regio met dans en muziek. Daarnaast is de vereniging lid van de Federatie Euregionale Gardes (FEG). Zij bezoekt dan ook ieder jaar het gardetreffen waar zij zich namens onze parelstad Brunssum van haar beste kant laat zien. De vereniging is, in de persoon van Rob Bindels, de grote initiator achter dit gardetreffen! Dit gardetreffen vindt ieder jaar ergens anders plaats. Zo is de vereniging al in Maastricht, Eupen in België, Geleen, Roermond, Vaals en Düren (D) geweest. Het komende jaar staat Mönchengladbach in Duitsland op de agenda, waarna het gardetreffen in 2010 voor de derde keer in Brunssum zal plaatsvinden! Enfin, een vereniging voor jong en oud, voor man en vrouw. Kortom, carnaval voor elk wat wils.
De historie van C.V. Edelweiss
In 1954 vatte een aantal bewoners van de Brunssumse wijk Schuttersveld het plan op om een Carnavalsvereniging op te richten. De stuwende kracht hierbij was de Dhr. Gerrit Brugel. De oprichtingsvergadering vond plaats in `t Schuttershuuske op 04-03-1954. De eerste voorzitter was Dhr. Brugel hij werd bijgestaan door Dhr. J. Krist als secretaris en door Dhr.J. Nienhuis als penningmeester. De vereniging is gestart met 35 leden, doordat de vereniging klein is gebleven ontstond er een hechte onderlinge band tussen de leden. Hierdoor werd ook voor de naam “Edelweiss” gekozen, een zeldzame mooie kleine bloem. De contributie voor de leden was +/_ fl. 0,35 per maand ( GOEDE OUDE TIJD) en werd door vrijwilligers, bekend is de naam van Dhr. A. Timmermans, opgehaald. Er werd ook een materiaalcommissaris benoemd, Dhr. Broeksmit, hij verzorgde en was verantwoordelijk voor de kostuums, steken, enz. van de leden van de raad van elf. Het eerste clublokaal van” C.V.Edelweiss”was café Gorissen. Dit was dus het begin van `t verenigingsleven van “C.V.Edelweiss”.
Het eerste openingingsbal in`t carnavals seizoen 1955-1956 vond plaats in de locatie dancingzaal Bus aan de Prins Hendriklaan , onder leiding van de toenmalige President Dhr. J. Nienhuis. De eerste prins van “C.V.Edelweiss” in 1955 was Luc de Ruiter, “Luc 1ste” . Dat jaar vond ook het eerste kasteleinsbal plaats op 24 november. In 1956 werd de tweede prins van C.V. Edelweiss uitgeroepen, Joep de Bakker als “Joep 1ste” In 1957 viel de keuze als derde prins van de vereniging op Jan de Vries, als “Jan 1ste” Cees de Bruin maakte in 1958 zijn opwachting en werd als “Cees 1ste” tot vierde prins van C.V. Edelweiss uitgeroepen. In dat jaar maakte C.V. Edelweiss een flinke stap vooruit, ze kreeg toen een eigen drumband. Deze band bestond uit 15 leden en werd gefinancierd door het ophalen van oud ijzer, een loterij en giften van diverse middenstanders van Brunssum. In 1959 was het de beurt aan Wiel Marchal om als “Wiel 1ste” de vijfde prins van C.V.Edelweiss te zijn, helaas is Wiel al overleden.
Van 1960 t/m 1964 kende de vereniging de volgende prinsen:
1960 – de zesde prins: Wiel Lammers als “Wiel 2e”
1961 – de zevende prins: Sjef Bonfrère als “Sjef 1ste”
1962 – de achtste prins: Cueb de Vries als “Cueb 1ste”
1963 - de negende prins: Henk Kostwinder als “Henk 1ste”
1964 – de tiende prins: Chris Kamphuis als “Chris 1ste”
Een geweldig initiatief van de “moeders van C.V.Edelweiss” destijds was het “Babysitten”
tijdens het carnavalsseizoen, bij toerbeurt fungeerde een moeder als oppas voor alle kinderen, zodat de andere moeders dan mee op stap konden gaan.
Het eerste jubileum:1965 1 x 11 Jaar. De prins die toen ten tonele kwam, Lou v.d. Berge “Lou 1ste”, maakte het heel erg spannend. In de periode dat hij Prins was, is hij verhuisd. Eenmaal in zijn nieuwe huis ingetrokken kwam hij tot de ontdekking dat zijn Prinsenspullen weg waren. GESTOLEN???????. Zelfs de krant werd ingeschakeld om mee te helpen zoeken, maar ook dat leverde niets op. Echter na goed nadenken, wist hij het weer, ze waren in de oude woning achtergebleven. Thei de Kok, “Thei 1ste”, viel in 1966 de eer te beurt om namens de vereniging als eerste Stadsprins en als twaalfde prins van C.V. Edelweiss te worden uitgeroepen. Wiel Oldenburger, “Wiel 3e” mocht in 1967 als dertiende prins zijn opwachting doen.
In 1968 was het de beurt aan Peter Ritsma, “Peter 1ste”. In 1969 werd Jozef Hoevelaken als “Joep 2e” prins, momenteel is hij nog steeds bij de vereniging om deze te steunen en is hij, samen met zijn geliefde vrouw Tiny, al bijna 44 jaar lid. De navolgende drie prinsen zijn ons helaas ook te vroeg ontvallen: De zestiende prins en de tweede Stadsprins in 1970: Frits Alberts “Frits 1ste”. In 1971 de zeventiende prins: Hein Verbruggen “Hein 1ste”. In 1972 de achttiende prins: Harrie Hoevelaken “Harrie 1ste”. De negentiende prins Jaap Kirpenstein “Jaap 1ste” werd in 1973 gekozen. 1974 was het jaar voor Wim Trajdos, “Wim 1ste”, hij ging als de twintigste prins van C.V.Edelweiss en derde Stadsprins het seizoen door. Jaap Groeneveld, “Jaap 2e”, was in 1975 de eenentwintigste prins. In dat jaar, net voor het 2x11 jarig jubileum, werd er ook nog een dansgarde opgericht. De jubileumsprins (2 x 11 jaar) in 1976 was Wiel Gommans, “Wiel 4e “, hetgeen met een uitbundig feest gevierd werd.
In 1978 werd Richard Meesters, “Richard 1ste”, prins bij C.V. Edelweiss. Dat jaar werd er besloten om niet meer jaarlijks een prins uit te roepen, daar de kosten hiervoor te hoog werden. Dit zou enkel alleen nog maar een keer in de 5 jaar gaan plaatsvinden, als de vereniging aan de beurt was om een Stadsprins uit te roepen. In het jaar daarna kende de vereniging enige problemen: de drumband en de dansgarde hielden op met bestaan. Echter, in 1980 bloeide de vereniging weer op en kreeg C.V. Edelweiss een nieuwe voorzitter en wel Dhr. Jozef Hoevelaken, die in 1983 wonderbaarlijk voor de tweede keer als 24ste prins, “Joep 3e” , maar voor de eerste keer als 5e Stadsprins van de vereniging over het Narrenrijk van Brunssum regeren mocht. In het jaar 1987 werd het 3x 11 jaar bestaansfeest, ondanks dat de vereniging dat jaar geen prins had, groots gevierd.
Het jaar daarop in 1988 was het weer zover: René Hameleers werd de nieuwe Stadsprins van dat jaar en als “René 1ste”, zesde Stadsprins en vijfentwintste prins van C.V.Edelweiss gekozen. In het jaar 1993 werd er een nieuw tijdperk gecreëerd voor de vereniging en verscheen er dat jaar voor het eerst een Stadsprinsenpaar ten tonele. René Engelen en Sandra Thielens, hetgeen een prachtig paar was, werden uit de hoge hoed getoverd en kenden als “René 2e”en “Sandra 1ste” een schitterend seizoen, waarbij René de zevende Stadsprins, tevens de zesentwintigste prins en Sandra de eerste prinses van C.V. Edelweiss was. in dat jaar viel er een vereniging in Brunssum weg en dus kwamen de verenigingen om de vier jaar aan de beurt om een Stadsprins- of prinsenpaar uit te roepen. In de tussenliggende jaren 1993-1997 kende de vereniging diverse bestuurswisselingen en enig verloop van leden. 1997: de nieuwe Stadsprins stond op het punt gekozen te worden, maar ook deze keer werd het weer een zeer leuk Stadsprinsenpaar. Ron Thalen en Marjo Hameleers werden benoemd als “Ron 1ste”, 8e Stadsprins en 27ste prins en “Marjo 1ste” , 2e prinses van C.V. Edelweiss. Het 4 x 11 jarig jubileum kwam eraan in 1998 en de vereniging groeide weer. Tijdens de receptie ter gelegenheid van het 44-jarig bestaan kreeg Jozef Hoevelaken van de Burgemeester van Brunssum de culturele plaquette uitgereikt. Met een geheel verzorgd programma en feestavond werd het weer een succes, ook dat jaar hadden we geen prins.
In het jaar 2001 word Jan Vogelaar als Stadsprins uitgeroepen. Met de naam “Jan 3e “ was Jan de achtentwintigste prins en de negende Stadsprins , dat jaar kwamen er ook weer veel nieuwe leden bij de vereniging. Het programma was weer vol zoals voorgaande jaren. In het jaar 2002 werd besloten om met de tijd mee te gaan en werd er een website opgezet. In 2005 wist men het niet meer en vroeg men zich af wordt het weer alleen een prins of wordt het weer een paartje. Daar kwam men bij de proclamatie wel snel achter, het werd Stadsprinsenpaar: Sjaak Wolff en Wilma Wolff-v.d. Weele het 3e stadsprinsenpaar van C.V. Edelweiss (zij zouden, zo dacht eenieder, een reis naar Australië geboekt hebben) maar zo werd dus uitgeroepen: “Sjaak 1ste”,de negenentwintigste prins en 10de Stadsprins en “Wilma 1ste”, de 3de Prinses van C.V. Edelweiss. De laatste jaren zijn er enkele oudere leden door ziekte gestopt en ons helaas ook ontvallen. Een iemand, onze oud-voorzitter, Vic Peeters, mogen we wel in het bijzonder vermelden. Laatstgenoemde was samen met Jozef Hoevelaken een van de motors van de vereniging.
5 MAOL 11 JAOR C.V. de Klotsköp
Carnaval heeft een historie die teruggaat tot in de oudheid. Het oudste feest dat raakvlakken heeft met de carnaval is het Zagmoekfeest uit Mesopotamië (gelegen in het huidige Irak). De wijze waarop we heden ten dage carnaval vieren heeft zijn begin aan het eind van de 19de eeuw toen het Franse leger van Napoleon was verslagen en de bevolking na jaren van onderdrukking weer carnaval mocht vieren. Dit gebeurde vooral in de grote steden en hield aan tot de Tweede Wereldoorlog.
Toen de Duitse overmacht in ’44 verslagen was begon men in Limburg weer carnaval te vieren. Groot verschil met vóór de oorlog was echter dat het nu niet alleen in de grote steden gebeurde maar in elke uithoek van onze provincie. In elk gehucht, wijk of boerendorp ontstond wel een carnavalsvereniging. Zo ook in de Langeberg. Martin Essers, Leij Hendriks, Joep Reuling en Chris Sijmons richtten in 1952 C.V. de Klotsköp op.
De vereniging ontstond omdat er behoefte was het ongedwongen feest dat carnaval was, op enigerlei wijze te coördineren zodat het tot in lengte van jaren zou kunnen voortbestaan. De naam “Klotsköp” is een verwijzing naar de steenkoolmijnen. Een klotskop was daar een benaming voor een houten werktuig, zeg maar een ondersteunend element. Voorwaar een uitstekende benaming, de klotskop als steun in onze Langeberger samenleving. Onze pioniers hadden geen betere naam kunnen bedenken!
Enkele jaren geleden werd onze vereniging getroffen door de sluiting van gemeenschapshuis In 't Ven. We moesten op zoek naar een nieuwe locatie en vonden al snel een warm thuis bij Theo en Trudy in Zalencentrum de Burcht. Maar denk niet dat dit uniek was in de historie van onze vereniging. De Klotsköp startten hun aktiviteiten in het Barbarahuis, hoek Venweg/Akerstraat. Nadat dit eind jaren zestig overging in handen van het toenmalige AFCENT ging men kort naar het KAJ-gebouw aan de Venweg en daarna naar Cafe Langeberg (het huidige Cafe ‘t Hijspaleis). Toen het nieuwe gemeenschapshuis In ‘t Ven klaar was toog men daarheen alwaar carnaval gevierd werd tot en met eind 2004. Sindsdien zitten we in de Burcht.
Al die jaren vullen zich natuurlijk met hoogte- en dieptepunten en ontelbare anekdotes. C.V. de Klotsköp heeft altijd zijn beste beentje voortgezet om de carnaval in onze wijk Langeberg op hoogwaardige wijze te kunnen vieren. In welke narrentempel men ook zat. En moest er noodgedongen uitgekeken worden naar een nieuwe locatie dan was het belangrijkste criterium: de nieuwe tempel moet op de Langeberg liggen. C.V. de Klotsköp is met deze wijk verbonden en wil dat altijd blijven.
Zo heeft de vereniging door de jaren heen festiviteiten georganiseerd die van heinde en verre volk trok en nog steeds trekt. Kort na de oprichting begon dat met het “optrekken met de koe” in het Barbarahuis. Naderhand kwam hier nog een kalf bij. En in diezelfde periode ontstond het idee voor een boerenbruiloft op carnavalsdinsdag. Tot op heden een aktiviteit die elk jaar een volle narrentempel trekt. Velen vragen zich af waarom de Klotsköp toendertijd met dat idee kwamen. Op carnavalsdinsdag is er een grote boerenbruiloft in Venlo en in aangrenzende dorpjes wordt dit ook nog gevierd. Daarnaast is er sprake van boerenbruiloften in Brabant, overigens losstaand van carnaval. Maar waarom hier? De reden waarom het hier op de Langeberg ontstond is misschien net zo verrassend als simpel: onze vereniging was op zoek naar aktiviteiten om geld in het laadje te krijgen. Dat het echter na al die jaren nog zo’n groot succes is hadden de bedenkers niet durven dromen.
Zo ontstond er in 1982 de carnavalsmis op de eerste dag van het carnaval. Nog altijd vind dit plaats onder de stimulerende medewerking van pastoor Louis Cordewener, de Bronsheimers en Guster Gong ut Good. Door initiatieven van Rein Claus, Wiel Duykaerts en Giel Kleikers ontstond er in samenspraak met Stichtingsbestuur In ‘t Ven de Mansluujzietsong, dat helaas samen met de Vrowluujzietsong moest stoppen toen het voormalige gemeenschapshuis zijn deuren moest sluiten.
De vereniging wil elk jaar iemand in de gelegenheid stellen de belangrijkste persoon te zijn in onze carnaval: Prins van C.V. de Klotsköp. Doordat wij aangesloten zijn aan de Karnevalsraod Broensem is deze Prins eens in de vier jaar tevens de Stadsprins van Broensem. Hein Hendriks was in het seizoen ‘53/’54 de eerste hooglustigheid. Ai Kirpenstein mag zich de persoon noemen die het langst Prins was van onze vereniging (seizoen ‘67/’68 tot en met ‘69/’70). Harold Klasen regeerde twee seizoenen over de Langeberg (seizoen ’92/’93 en ‘93/’94).
Ter ere van de 25ste boerenbruiloft had de vereniging in 1981 geen Prins maar een Heerboer: Rinus Delhez. In het seizoen 2001/2002 liep het mis en moest onze vereniging het een jaar zonder hooglustigheid doen. Gelukkig konden we daarna weer de draad oppakken en onze gemeenschap elk jaar een Prins presenteren. Dit alles met dat ene doel: de Langeberg jaarlijks een carnaval aanbieden waar we trots op kunnen zijn!
Opgericht op zaterdag 31 januari 1954.
In 1954 zwaaide Jan Lanslots als eerste prins de scepter over het Brikkebekkesch-rijk. In 1958 mocht Jacob Vrolings als eerste stadsprins namens de Brikkebekkesch de scepter over heel Brunssum zwaaien. De zeventiger jaren kenmerkten zich door de organisatie van een aantal grootse verbroederingsfeesten, waarbij zelfs de TV aanwezig was! In de tachtiger jaren streken de Brikkebekkesch neer in hun huidige residentie Cafe Zaal de Kroeg aan de Schinvelderstraat 3 te Brunssum. In de negentiger jaren, zelfs tot heden hebben de Brikkebekkesch een bijzondere naam gevestigd als voortreffelijke wagenbouwers. In 2001 aanvaardde Wethouder Goof Janssen het beschermheerschap van de vereniging. De Brikkebekkesch proclameerden in januari 2002 met John Beckers haar 11e stadsprins als John I in het eerste officiële driegestirn van de Brikkebekkesch en Nederland.
In 2006 werd het 1e Stadsprinsenpaar van de Brikkebekkesch uitgeroepen als Peter I & Wies I. Door de jaren heen zijn er een aantal ludieke acties aan het Brikkenbrein ontsproten. Zo werd onder andere op bijzondere wijze aandacht besteed aan:
- Het behoud van de wijk Rozengaard, een stukje oud - Brunssum
- De bedreiging van het vijverpark, door het bottelen van vijverwater
- De nagedachtenis van Pastoor Moonen.
- Het in ere herstellen van de oude markt
- Het standbeeld van een Brikkebekker op de oude markt
De legende van de 'Avermennekes' is één van de oudste legendes van Limburg. Deze legende verhaalt over een woeste ridder, die rovend en moordend met zijn gitzwart vierspan en gouden koets, in het drassig gebied tussen Bunde en Geulle (de pas) is verdwenen in een 'Averput'. Deze bodemloze put werd in de volksmond ook wel de 'Haverput' genoemd. Na deze tragische gebeurtenis hebben kleine, dwergachtige wezens die in het gebied tussen Luik en Echt voorkwamen, het bezit van deze put overgenomen om er voor te zorgen dat het 'kwaad' niet meer uit de put kon komen. Deze kleine wezens werden Avermennekes (aardmennekes, aolvermennekes) genoemd. Zij leefden in holen en spelonken, hielden zich overdag schuil voor de grote mensen en kwamen 's nachts uit hun schuilplaats om de mensen te helpen.
De legende heeft de oprichters van de carnavalsvereniging in november 1959 geïnspireerd tot het geven van de naam aan de vereniging. In tegenstelling tot veel andere carnavalsverenigingen, die veelal een bijnaam hebben gekozen, heeft onze vereniging dan ook een historische naam. En gezien de aard van onze vereniging is dit ook heel toepasselijk. Gedurende het jaar doen wij heel teruggetrokken onze werkzaamheden. Rond de korte tijd van vasteloavend komen wij bruisend van energie naar buiten om allerlei festiviteiten te organiseren in het dorp: zoals bijvoorbeeld de zieken en bejaarden ook te laten genieten van de vasteloavend. Met name in deze tijd zullen we het 'kwaad' proberen te weren, zodat slechts 'lol en plezeer' de boventoon voert.
Carnavalsvereniging
Cadier en Keer:
CV De Klenderaire
De naam "Klenderaire".
Het gezegde 'gezelligheid kent geen tijd' is niet in de laatste plaats van toepassing op
carnavalsvierders. Zij zijn niet weg te branden van plaatsen, waar een gezellige sfeer heerst, zeker niet, wanneer daar kostelijk gerstenat uit een kraan blijft vloeien. Menig
carnavalsvereniging komt er rond voor uit, dat haar leden, tijdens de dolste dagen van het jaar, pas in de allerkleinste uren bereid zijn op te stappen. Zo ook de Klenderaire uit Cadier en Keer. In overeenstemming met hun naam zijn het echte 'plakkers'. Zij delen deze reputatie samen met naamgenoten en narrenbroeders: De Kleindererre, De Plekplaosters, De Aanhawwersj, De Zeemplekkesj en De Pinhawwers.
Het wapenschild van de Klenderaire is identiek aan dat van de voormalige gemeente Cadier en Keer. Het wapen is in drieën gedeeld. En laat nu het originele wapenschild zijn
opgebouwd uit drie 'velden' in de (carnavals)kleuren rood, geel en groen.
Het is de Klenderaire wel erg gemakkelijk gemaakt !!
Verdeeld is men over het uurwerk, dat het tijdstip van 3 uur aangeeft.
Er zijn er, die verwijzen naar de geschilderde klok in de monumentale gevel van de Meussenhof.
Een enkeling echter durft toe te geven, dat het wel te maken kan hebben met een niet
ongebruikelijk (nachtelijk?) uur van thuiskomen. Waarmee de naam Klenderaire weer nader verklaard zou zijn !!
Carnavalsvereniging Castenray:
Cv De
Schanseknuppels
DE NAAM SCHÂNSEKNUPPELS
Ok al is ’n dörp nog zó klaen, ‘t wil toch ’n aege identitejt hebbe. Dor huuërt dan nie allenneg ennen aege prins beej, má ok ennen aegen naam. ‘t Dörpssjovinisme mòt ‘r mit Kárneval dan ok duchteg vanáf drupe. ‘t Hiet dan nie Câsele, má òs dörp wert umgedöpt tot ‘t Schânseknuppelriek, went enne prins zònder aege groond en ònderdane is as Sneejwitje zònder de dwerge.
Wór is d’n naam Schânseknuppels nòw aegelek vandán gekòmme? Òs hândboogschuttereej "De Bataviēren", oftewel "D’n Doēl", het dór zoeë ur aege verzie vur, teminste vur ‘t twedde dieël van de naam. Ien de kárnevalskrânt van 1969 schreef Weijs Piet o.a. ‘t volgende: "Dur de ieëwe hin is ‘t gebleke, dat ‘r gén nasie kan vórt bestaon zònder de beschikking te hebbe ovver ’n gewaopende mácht. ’n Mácht die have en goēd wet te verdedege tigge ienvalle van butenáf. Zó’n macht was en is òzzen Doēl. Al vur òs jaortelling bestoonte ‘r ien dees lânde der Knuppels hordes, die ienstoonte vur de verdieëdeging van dit gebied.Dat ien ‘t knuppellând dizzen Doēl nie âltiedeg het bestaon, is dūdelek. Ien de aerg moejleke tieje nó d’n Urste Waereldoeërlog, de jaore 1918-1919, is ‘t daank ziej enerzjíeke jòng kéls (ok Knuppels, már dat wisse ze toen nog nie) ‘r van gekòmme, dat dizzen Doēl ien ‘t laeve geroēpe wiēr. Ien dén tied wiēre òs ejgendòmme bedrejgd dur ienvalle van naoburege būre, die ‘t vurral gemunt hán òp òs enörme vurraode knuppels uut ‘t Broēk en de Câselsen Berg. Wìj as Knuppels, kòsse die knuppels aeges goēd gebruke vur òs proonkboeëne, riesaerte of um de vaerkesketel, of sopketel te stoke.. Wìj zien toen mit d’n hândboog, bestónde uut knuppel en pezerik ien de vaeldslág getrokke en as ovverwinner uut de stried gekòmme. Sindert die daag hiette wìj mit raecht Knuppels."De âlde meense hiēr ien ‘t dörp hebbe ’n hieël geluuëfwaerdege en ánnemeleke verklaoring vur dén naam. Wied vur d’n Urste Waereldoeërlog stikte ‘t hiēr roontelum Câsele van de bös. Umdat ‘r nog génne zoēre raegen was, stoonte de buuëm ‘r schón beej en hán ze ’n uutstaekende kwállitejt haolt. De Câselse meense trokke regelmaoteg die bös ien, um schöpkes (denne-áppels) te rape vur de vaerkesketel te stoke, of um schânse (takkebös) te make. Die wiēre ok gebruukt um te stoke. Vroeger hán de boēre enne sopketel, ennen aerpelketel, wor de aerpel vur de vaerkes ien gekòkt wiēre. ’t Vuūr ònder dén groeëte ketel stòkte ze âlzelaeve mit schânse. Mit enne vaerkesstoeëter stámpte ze de aerpel tot vaerkesvoēr.Ok wiēre de schânse gebruukt mit mietzette. Òp de groond wiēr urst enne ring van schânse gemákt en daoròp wiēre de buus ströj, de gaerve, òpgestapeld tot enne mójje ströjmiet. Uut d’n hieëlen umtrek, van Tiendere, Haorst, Oeldere, Venroj en zoeë kwame de boēre ien de weenterdág ien òs schón Câselse bös schânse make, of koeëpe. En ze krege waar vur eur gaeld.
De Câselse aeges dun ien eur schânse âltiedeg en paar dikke knuppels, dan hádde enne stevege schâns. Vandaor dus d’n naam "Schânseknuppels".
Aenkele áfgelejde weurd zien:·
schânseriēk - dat was enne riēk mit twieë tând mit böllekes.·
schânseschop – ’n ope schuūr mit òpgestapelde schânse. En mit ’n hoofdletter is ‘t òs gemaenschápshuus mit de Kárneval .·
schânsenbiender - iemes dén de schânse miēk.·
schânsenhoeëp - ennen hoeëp van schânse.·
schânsendraod - iēzerdraod um de schânse en allerlejse ândere zake bìjjén te hâlde.
En wat te daenke van de uutdrukking:"Dén Câselse het génne schâns te wenneg." Dat betaekent: Dén Câselse het ’n prima verstând.Enne schâns is dus ennen boes van tek. Ien Câsele (mit die knuppels ‘r ien) stöt ‘t ok nog vur steveghejd, saamhūreghejd, karákter, hechthejd, verboondenhejd en zoeë. ‘t Zet veul van de Câselse gemaenscháp. Gén woonder dat ‘t dörpsblad ien Câsele "De Schâns" hiet en de schól "De Stek". Ien1949/1950 hán we ien Câsele ’n thuusfroontbledje vur de Indiëgengers. Dat hiete "De Knuppel."Ziejlings het ok "De Wis", d’n naam van òs gemaenschápshuus, mit enne schâns te make. Enne wis is namelek ’n buuëgzaam tékske, wormit ok wel ’s enne schâns,bìj gebrek án schânsendraod, bìjjén wiēr geboonde.
Carnavalsvereniging Doenrade:
Cv De Pedaalridders
Doonder
Geschiedenis de Pedaalridders
De klusjesmannnen onder de Pedaalridders bouwden een prinsenwagen, er werd een cape genaaid en een prinsen steek gekocht en het jeugdkarnaval was een feit. Om het karnaval te bekostigen werden er, naast de wielerronde, kienavonden en loterijen georganiseerd. Ook organiseerden de Pedaalridders het Ouwt Menkesbal (het ouwt Wieverbal was voor de voetbalclub).
De prinsenwagen werd aanvankelijk gebouwd in een werkplaats van garage de Uiver. Later moest de vereniging, wegens plaatsgebrek uitwijken naar de schuur van Jan Hermans. Dat was af en toe best afzien en improviseren. Bevroren papier maché en/of latex, een wagen die pas definitief afgemaakt werd op zaterdagmorgen, omdat de afmeting niet op de schuur paste, de Pedaalridders wisten precies wat Paul en Leo verwoorden in hun karnavals sjlaager “ Twie moal aafgezaeg”. Wegens gebrek aan accommodatie en werkkracht werd in 1995 besloten om de prinsenwagen voortaan te huren.
De prinsverkiezingen waren lange tijd een formaliteit. De kandidaten, dat waren er in de beginjaren best veel, kwamen rond Sinterklaas bijeen in het trefcentrum en met een soort sinterklaasversje werd de prins, toen alleen nog onder jongens, uitgeloot. Het zaakje was in een half uurtje gepiept. De laatste jeugdprins die op deze manier werd gekozen was de prins van 1991. Deze prins heeft vanwege de golfoorlog echter nooit geregeerd.
In 1992 besloten de Pedaalridders om de prinsverkiezing toch iets feestelijker aan te pakken. Men maakte er een feestmiddag van, waarbij de Prins weliswaar nog uitgeloot werd, maar er werd toch een ceremonie omheen gebouwd, waarbij de prins tevoorschijn kwam uit een speciaal decorum. Na de prinsverkiezing werd de middag dan nog gezellig voortgezet met Deejay of Zaate Hermenie.
Het kienen en het Ouwt Menkesbal waren in de loop der jaren, wegens tanende belangstelling opgeheven, maar in 1993 besloot men toch, omdat de verenigingskas na het wegvallen van de wielerronde begon te slinken, een revue / zitting te gaan organiseren.
De Doonderse Sjpasoavend was geboren.
De eerste Sjpasoavenden liepen, vanwege het tijdstip, ergens in januari, niet zo geweldig. Vanaf 1995 werd de Sjpasoavend verplaatst naar de vrijdagavond voor karnaval en dit was een gouden greep. De Doonderse Sjpasoavend is inmiddels een mooie traditie en de optredende artiesten hebben ieder jaar weer een dankbaar publiek aan de mensen uit Doenrade en van ver daarbuiten.
Konden in de beginne alleen jongens zich kandidaat stellen voor jeugdprins, in 1997 sloeg de emancipatie toe in Doenrade. Omdat het aantal kandidaten onder de jongens ieder jaar minder werd, besloten de Pedaalridders, mede op aandringen van Pam Pieters, om ook meiden de gelegenheid te geven mee te dingen naar de positie van jeugdprins(es). En laat die Pam gelijk dat jaar het winnende versje trekken en zo als eerste jeugdprinses over het "Gruuëtsje Gekke Rieëk” gaan regeren! De meiden bleken sowieso gelukkiger in het lot, want ieder jaar dat er een meisje meedeed met de loterij won deze. Zo kreeg men vier jaar achter elkaar een prinses, wat in 2001 pas werd doorbroken door prins Michel I (Breukers), omdat er toen geen meiden meelootten.
In de eerste decennia waren de Pedaalridders tijdens het karnaval herkenbaar aan een bolheudje. Verder was er geen officiele kledij. Begin negentiger jaren van de twintigste eeuw, werd het bolheudje vervangen door een steek en werd er een donkerkleurig pak gedragen, echter nog geen uniform kostuum. In 1997 werd er bij Hendrikx in de uitverkoop voor alle bestuursleden gelijke donkerblauwe pakken gekocht. In 2003 besloten de Pedaalridders om, met gewone leden naast de bestuursleden, een raad van elf te formeren. Ieder raad van elf lid schafte zich een smoking aan bij dezelfde groothandel en er werd een sponsor gevonden voor nieuwe steken. Er werd een logo ontworpen voor eigen medailles en zo groeide de vereniging alweer een beetje groter.
In 2003 vond er ook de eerste karnavalsmis en aansluitende prinsenreceptie plaats.
En in 2004 ontpopte zich de laatste revolutie. Naast de jeugdprins(es) kozen de Pedaalridders ook een volwassen prins. En de eerste volwassen prins werd de vader van de eerste jeugdprinses: Jan I (Pieters).
Een andere nieuw evenement van de Pedaalridders is het “Krisbeumkestreffe” begin december. Sinds december 2003 worden er, bij een gezellige kerstsfeer, kerstbomen en wafels verkocht, uiteraard ter versterking van de verenigingskas, maar meer nog voor de gezelligheid. Sinds december 2006 wordt dit krisbeumkestreffe gecombineerd met de kerstmarkt van de carnavalsvrienden “de Zeute Inval”.
C.V. d’n KruusRuukers
De KruusRuukers bestaan nu 2 jaar.
De laatste jaren nam de animo voor de carnaval sterk af, binnen onze vriendengroep en generatiegenoten.
Totdat onze prins, Mark d’n moiste, een steek en cape had gekocht.
Het plan was snel gemaakt en de KruusRuukers waren geboren!
In 2007 barste het feest met prins Pierre en ’t Bombakkes los, in onze toenmalige residentie “Take-one”. Door het beleefde plezier en de geweldige respons vanuit het Gennepse, bleef het niet bij een eenmalige grap.
Het jaar daarop breidde, onze raad van oneindig, zich verder uit. Dit werd versterkt door het KruusRuukers lied en telefonisch te bereiken bierblad. Iedereen die van een feestje houdt kan zich aansluiten bij onze jonge, laagdrempelige C.V.
Ook dit jaar hopen de KruusRuukers weer in de warme armen van Gennep gesloten te worden. En er samen met heel carnaval vierend Gennep een prachtig feest van te maken.
Helaas is de vaste residentie voor de Ruukers voor dit jaar nog onzeker.
Maar, op de maandag 23 Feb in het carnavalsjaar 2009l, werd er door d'n Ruukers een receptie gehouden in “Hotel De Kroon”.
Carnavals vereniging,
Van, Veur en Deur ’t Volk.
Wah Ruukt er? Kruus, Kruus
Wah Ruukt er? Kruus, Kruus
Wah zal er altij blieve Ruuken? Kruus, Kruus
Carnavalsvereniging
Grubbenvorst
GMV De Plaggenhouwers
historie
De offiesjeele geboarte vân de vereiniging waas in november 1952, mâr vânwaege de watersnoëtramp in Ziëland woord in 1953 aafgezeen vân en groëte Gekke Moandaags-viering.
Groëte naame aan de weeg vân de vereiniging waare: Boers Piet, Vaessen Hand en Smid's Sir.
Vân oorsprông woordt de Gekke Maondaag al vuül langer gehalde, mâr nag neet offiesjeel georgeniezeerd dôr en vereiniging. D'n iërste georgeniezeerde Gekke Maondaag beleafde Grubbevors dân ok in 1954. Dit gebeurde ônder leiding vân Opperplaggenhouwer Harrie Jacobs, oftewal de kapper.
De plaatselikke vereiniging mâkte waages vur de groepe die meijleepe in d'n optog en vânoét de Hermeniej woort en blaoskepel beejeingerâpt. Ok woort toen al en Bóerebroelof gehalde. Dit alles woort geregeerd dôr ennen Opperplaggenhouwer, want in 1956 kreege de Plaggenhouwers pas euren iërste Prins. Vândaag d'n daag zien we en dieke fiëtig jaor wiër. Vân oét daen tiéd vân toen greüjde op 't fundamént vân dât iërste klupke hârdwerkende prefesjeneele vereiniging: Gekke Maondaagsvereiniging "De Plaggenhouwers".
Heejônder volg en krant-artikel vân 8-2-1955, naor aanleiding vân de twiëde offiesjele Gekke Maondaagsviering in Grubbevors.
Superbe wraak van burgemeester
"Plaggenhouwers krijgen de smaak te pakken"
Grubbenvorst, 7 februari- Voor de tweede maal heeft Grubbenvorst gisteren Gekke Maandag gevierd, en het mag gezegd worden, dat de Plaggenhouwers de slinger al aardig te pakken krijgen. Gekke Maondaag omvat regeringswisseling boerenbruiloft, optocht en bal. Voor dat eerste onderdeel van het programma kwam rond 11 uur de Opperplaggenhouwer Harri I met zijn raad en hofkapel zegevierend het Past. Vullinghsplein oprukken, begeleid door zijn gewapende brigadier Beerkens, wiens martiaal uiterlijk alleen reeds voldoende was om alle verzet tegen de op handen zijnde revolutie in de kiem te smoren.
Steekje los in Grubbenvorst
Burgemeester Gielen koos de wijste partij. In plaats van zich op het gemeentehuis te verschansen en de revolver te trekken, zoals de president ener Zuid Amerikaanse republiek gedaan zou hebben, zag hij het nutteloze ervan in om een beroep te doen op de rede en liet hij de gekheid de vrije teugel.
De Plaggenhouwers lieten aan hun bedoelingen geen twijfel bestaan en namen demonstratief bezit van het bordes van het gemeentehuis, waar zij de scherpe kanten van de revolutie wegnamen door een officiële machtsovername te ensceneren. Tot troostprijs werd de burgervader verheven in een ridderorde, waarvan wij de juiste benaming hebben vergeten, maar die in elk geval duizelingwekkend hoog was. De burgemeester op zijn beurt oefende een superbe wraakneming uit, door een aantal onderscheidingen uit te delen, welke uitermate geschikt waren om het nieuwe regime door een dwaze hoogmoed in de val te laten lopen.
Gebruik makend van de grote kennis, die hij zich omtrent de gaan van zaken op alle mogelijke gebieden in de gemeente verworven heeft, verklaarde de vroede vader van Janssen, de wagenvoerder van de drekskar, vernomen te hebben, dat steeds meer gerei aan deze gemeentelijke dienst wordt meegegeven. In deze verheugende bloei van het bedrijf zag hij aanleiding om alle Plaggenhouwers tot de orde van genoemde wagen te verheffen.
Verder was hij getroffen door de wijze, waarop brigadier Beerkens vorig jaar het met de optocht gepaard gaande verkeer geregeld had, zodanig dat een van Velden komende vrouw niet meer voor- of achteruit durfde en uitriep, dat in Grubbenvorst de schotels blijkbaar ook al rondvlogen. Het was hem niet onbekend gebleven, dat de brigadier in de uitoefening van zijn dienst de teennagels had afgelopen en het behaagde hem thans zeer de brigadier bij bevordering tot opper te verklaren, alsmede hem een ridderorde te verlenen die iets met teennagels te maken had, maar zo ingewikkeld klonk dat de opper zelf in zijn verheugd dankwoord de naam alweer vergeten was.
Tenslotte richtte burgemeester Gielen zich tot de Opperplaggenhouwer om deze wegens zijn verdiensten voor het zomerse tuinfeest op het Gebroken Slot te benoemen tot ridder in de orde van de Witte Dame en hem daarbij passende versierselen op te spelden , welke versierselen overigens goeddeels bestonden uit de afbeelding van een dame op zeker sigarettenmerk, die wel met Rooie Riek wordt aangeduid.
Na enige stoten op de bazuinen en roffels op de pauken, en nadat burgemeester Gielen als ambteloos burger was teruggetreden ("om een snipperdag te nemen",zoals hij zei) ving de plechtigheid der boerenbruiloft aan tussen de 91-jarige Bartelemeus van Erf tot Ezelsberg en een jong Plagginneke, waarbij de ambtenaar van de burgelijke stand een fraaie verklaring aflegde, waarin zeer snel de juiste toon werd aangeslagen, die niet naliet de aanwezigen, nog verheugender te maken dan zij reeds waren.
Dat waren er overigend niet zoveel en als wij de Plaggen een ding willen aanraden, dan is het wel om de bruiloft voortaan niet meer op zulk een ongelegen uur te arrangeren, maar naar de middag te verschuiven.
Truukkiékend kunne we dus rûstig zegge dât de Gekke Maondaag tot op vândaag nag altiéd volges de tradiesie gevierd wûrd.
As Plaggenhouwers haope we dât dees uunieke Gekke Maondaags-tradiesie nag jaorelank in stand wûrt gehalde.
De vereiniging is óntstange in 2007. Tieedens de "Sleuteloverdracht" van de gemeindje Leudal dae in 2007 in Ittervoort waerdje gehaoje, waerdje door Winy Hendrikx geopperdj det ut leuk zooj zeen als Haler-Uffelse auch eine "Raad van Elf" veur volwassene zou höbbe. Want Haler-Uffelse haet al waal eine raod, mer det is de Jeugdraod. De Jeugdraod numtj zich C.V. de Rabbedabben en maakt deil oet van ut "Oudercomité Haler-Uffelse".
Zoès gezagdj waerdje nao de vastelaovendj in mieerd van 2007 eine opzet gemaaktj veur eine noewe op te richte volwassene Raod. Hiejbiej ware betrokke Winy Hendrikx, als initiatiefnömster, Jos Mousset, Peter Hansen, Piet Nevels en Peter-Paul Truijen. In deze groep waerdje de oprichting verder veurbereidj. Op 9 mei 2007 waerdje dur ein oprichtingsvergadering gehaoje in "Café bie Winy". De opkomst van belangstellendje veel ieerlijk gezagdj tege. Toch waerdje beslote óm door te gaon. Tieedens de oprichtingsvergadering waas Tom Doesburg van de ómroop L1 auch dao. Via hum krege wae vervolges ein oetnueudiging óm op L1 in "Balkon van Limburg" ós zégkske te doon. Dit resulteerdje oeteindelijk in de definitieve oprichting van "Vastelaoves Vereiniging de Rabbedabbe" mit eine "Raod van 1/2 Elf", aangezeen wae 6 belangsjtellende haaje. Op 8 november 2007 waerdje de vereiniging officieel ingesjreve bie notariële akte bie notariskantoor Schroyen te St. Odilienberg. Teves waerdje de insjrieving bie de K.v.K. gedaon. Hiejmit is V.V. de Rabbedabbe officieel een feit. Helaas haet Piet Nevels weges omstandighede veurluipig aafgezeen van verdere deilname. Wae hope hum echter in de toekomst als lid te moge begroete ! Verder höbbe wae als V.V. de Rabbedabbe van Tom Doesburg ein oetnueudiging gekrege óm nao de Zoepkoel in Venlo te kome op 2 fibrewari 2008. Ein sjoaon gelegeheid óm Haler qua vastelaovendj oppe kaart te zétte !
Tieëdens de vastelaovendj van 2007-2008 heet V.V. de Rabbedabbe ein ongersteunende rol gespeuldj veur de al bestaondje vastelaovesactiviteite. Daonaeve waas ós vereiniging de initiatiefnömer veur de ieerste vastelaoveseupening op 11 november 2007. Hiejveur waerdje in ein record tempo eine noeëwe ingank gemaaktj bie ós vereinigingslokaal dae tieëdes de eupening van de vastelaovendj op fieestelike wieëze waerdje onthuldj door prins Tim en prinses Janneke van de jeugraod de Rabbedabben. Op 6 jannewari vonj de Kinjer Bóntje Middig plaats. In het hieële veurtrajec en oetveuring op de middig zelf heet de vereiniging zich van ziene béste kantj laote zeen en waerdje alle hand- en spandeenste verlieënd die vandoon ware. Bie de Bóntje Aovendj ware wae as Raad van 1/2 Elf aanwezig en waerdje hand en spandeenste verlieëndj aan ut Bóntje Aovendj Comité.
De samewirking met ut Oudercomité Haler-Uffelse is tieëdens de veurbereijinge en oetveuring van de vastelaovesactiviteite erg goot verlaupe. Hiejveur wille wae ut Oudercomité bedanke, m.n. Lilian Haupts, Erna Janssen en Sandy Nevels. Same höbbe wae laote zeen det vereindje krachte eine hieële sjoaone vastelaovendj kinne nieërzitte veur de minse van Haler-Uffelse.
Nao aanleijing van de gesprekke die höbbe plaatsgevónje tusse versjillende partieje en ós is beslote de naam van ós vereiniging te wijzige van "V.V. de Rabbedabbe" nao "V.V. de Rabbedabben". Dit proces is momenteel opgestartj en zal nog veur ut indj van ut jaor aafgeröndj zeen.
V.V. de Rabbedabben is momenteel ongersteunendj veur de vastelaovesactiviteite in Haler-Uffelse. De vereiniging ongersteuntj ut Bóntje Aovendj Comité en ut Optochtcomité. Alles in het belang van de vastelaovendj in zien algemeinheid.
Het begin
Op 3 november 1947 werd de Stadscarnavalsvereniging "De Winkbülle" opgericht door enkele leden van de Heerlense Rij- en Jachtvereniging.
De naam Winkbülle werd gekozen, omdat deze stempel al van oudsher op de Heerlenaren werd gedrukt.
Omdat deze leden uiterst hippisch georiënteerd waren lag het voor de hand dat tot wapendier der kersverse Winkbülle vereniging de "Lachende Ezel" werd gekozen. Dit enerzijds omdat de ezel tenslotte een vermakelijk lid is van de paardenfamilie en anderzijds omdat, zoals de volksmond zegt, men beter van doen kan hebben met een lachende ezel dan met een sjacherijnig mens.
Geen wonder dan ook dat de eerste Winkbülle niet "Alaaf, Alaaf" riepen maar samen met hun wapendier "Aojoa, Aojoa" balkten.
De lachende ezel werd getekend door Cor Driessen en is tot op vandaag het alom bekende waarmerk van de Winkbülle gebleven.
De oprichtingsvergadering werd belegd in het lokaal van Harry Lindelauf aan de Stationstraat en wel op 27 oktober 1947.
Op 15 november 1947 werd een gekostumeerd bal gehouden in het Kegelpaleis, waar dan de complete Raad van Elf met Prins Lei I (Leo van Geffen) het geheel luister bijzetten.
De geschiedschrijving verlangt dat hier uit de doeken wordt gedaan, dat lang voordat de Winkbülle existeerden, de Leden van de Rij- en Jachtvereniging al uiterst bedreven waren in het vasteloavend vieren. Derhalve had men ook een eigen Raad van Elf en een prins, Lei der Eerste. Deze deed - toen de Winkbülle een feit werden - afstand ten gunste van zijne Hooglustigheid Louis van Wersch, die daarmee de eerste officiële Winkbülle-prins werd en derhalve ook regeerde als Louis de Eerste. En zo begonnen de Winkbülle dan hun verenigingsleven.
Vastelaovend waerde in Hirkebosj al op kleine sjaol gevierd langk veurdet ein aantal Hirkebossjer jónges same besjlaote óm ein vastelaovesvereniging op te richte. ’t Fees beperkte zich toendertied toet de vastelaovesdeesdig, eine inkele verkleide vastelaovesgek leip euver sjtraot, de jeug achter ’m aan en die zóng dan:
Vastelaovend is eine gek,
aan de sjouw dao hingk ’t sjpek,
aan de zolder dao hingk de worst,
morge hóbbe veer geine dorjs.
In ’t histories jaor 1937 waerde in de regio inkele vastelaovesvereniginge opgerich. Dit bleef auch in Hirkebosj neit onopgemerk en dus ontsjtóng ’t idee óm auch in Hirkebosj ein vastelaovesvereniging op te richte.
De oprichtingsvergadering waerde gehaaije in ’t cefeé van de elders van oze grootvors Dhr. Sjang Snijders en nao inkele glazer beier waerde besjlaote óm de vereniging de naam D’n Doal te gaeve. Dit ómdet dae vogel karakteristiek waas veur ’t gezich van Hirkebosj, mit name de kirktore waas ein geleefde sjtek veur de Doale. Bie ein vastelaoves-vereniniging heurt eine prins, dus waas ’t aan de wieze raod óm in 1937 de eerste prins van D’n Doal in Hirkebosj te keize. Dees eer waerde toebedeild aan Harry van Birgelen. Mit hoog heuj en jacquets van de wiefkes van Borkelmans oet Remunj waerde de prins toen op vastelaovesdeesdig, mit paerd en kèr door de sjtraote van Hirkebosj gereje. De optoch waas ontsjtange. De kirk zorgde d’r toen veur det de vastelaovend in Hirkebosj pas op dinsdigaovend gehaaije kósj waere, ómdet ’t lof óm 3 en óm 5 oer gehaaije waerde. De toenmalige pesjtoor Linssen bepaolde det pas daonao tied waas veur vastelaovend, zodoonde waerde de dinsdig de optochdaag. De opvolger van deze pesjtoor, pesjtoor Ros sjafde ’t late lof aaf.
In de jaore daonao (1938 toet en mit 1946) sjtóng de vastelaovend op ein heel leeg pitje vanwaege de oorlog. In die periode waerde d"r dan auch gein prinse oetgeroupe. In 1947 waerde de vastelaovend weer nuuj laeve ingeblaoze. Frits Boonen, dae later nao Australië emigreerde, waerde toen prins. De kleier waerde auch verangerd. In de wirkplaats bie de sjmeed waerde nuuij manjtels gesjneje, en d’r kwame auch gesjteve papiere krage en zellef gemaakde mötsje. In "t begin van d’n aovend zoote die dinger good, maar wie later det ’t waerde, wie sjlechter det die dinger oet kwame te zeen. Veur iddere aktiviteit waerde de manjtels sjiek opgesjtreke. De manjtels en de mötsje waerde later nag ins aan Vlorp verkoch. Bie de vastelaovend heurde auch meziek, maar duur technische installaties zo-es noe waare d’r in dae tied nag neit dus zónge de leeje van D’n Doal heur eigese leedjes. In dae tied is auch 't originele Doale-leed ontsjtange:
Wat höbbe veer os weer lang ingehaaije
Os dórpke leek waal dood
Maar loat ós noe nog ins begaaije
Jao dan kump ’t zo weer goud
Daoróm loester alllemaol nao oze gooije Doal
Kaak
Refr: Carnaval is weer in t lanjd
Zit allemaol noe blie
Reik idderein noe weer de hanjd
Jónges en maedjes en alles bie-ein, dan is de vastelaovend fijn.
Dan zaet D’n Doal Kaak Kaak-(2X)
Langkzaam mer zeker floreerde de vereniging en de vastelaovend in Hirkebosj. D’n Doal stjrekde zien vleugels oet toet euver de qrenze en contacte waerde gelach mit vastelaovesvereniginge oet Reyth, Geistenbeck en Düsseldorf. D’n Doal zaag wie de vastelaovend in Pruusjes georganiseerd waerde en zo begósjte auch in Hirkebosj de Bonjte Aovende mit óngerangere Fred Ruiters en Harrie Peeters es Driek van de Paekdraod oet Sjwame. Later auch mit de pas beginnende Pierre Cnoops. Hiedoor waerde Hirkebosj door de ómgaeving tiedes de vastelaovend "Klein Kölle" genump.
In de jaore 50 besjikde D’n Doal auch euver eine Nar. De contacte mit Pruusjes bleive gehandjhaaf en minnigmaol noom ’t fanfarekorps "Die Blauwe Jungs" oet Reyth aan de optoch deil. De Zeiverlap, ein vastelaovesgezit oet vruiger jaore, verzorg en gemaak door de sjötterie, waerde in 1975 nuuj laeve ingeblaoze. Har Minkenberg trok dao in dae tied de kèr veur. Wie os vereniging in 1981, 4X11 jaor besjtóng waerde ’t B.C.L.-treffe op ein succesvol meneer georganiseerd. In 1985 - 1986 waerde väöl historische Hirkebossjer vastelaovesleedjes en sjlagers op de langksjpeelplaat "Hie kaak Hirkebosj" vasgelach door D’n Doal. Väöl naamsbekindheid krege auch de Limburgse Bónjte Aovende waovan d’r ein aantal zeen opgenaome en oetgezónje door Omroep Limburg. ’t 6X11 jaorig besjtaon van ós vereniging is eine nuuje mijlpaol in dees historie. Veer zeen d’r trots op det de vastelaovend in Hirkebosj van die meer dan 66-jaor ein vaste en werm plaats in de herte van väöl Doale en Dölkes gevonje haet.
Het eerste initiatief tot oprichting van een carnavalsvereniging in Mook werd genomen tijdens een spontaan tot stand gekomen gekostumeerd feestje in Café Wim Thissen aan de Kerkstraat, vlakbij de kerk. Waar momenteel de residentie van Dr. Fokke gelegen is. Hieraan werd deelgenomen door een grote groep, voornamelijk mannelijke personen en hoofdzakelijk vaste klanten van voornoemd café. Dit feestje werd georganiseerd tijdens een van de carnavalsdagen van 1956. Men was het er algemeen over eens dat wat in Gennep kon, (die reeds enkele jaren draaiden) en Middelaar (die in dat jaar waren gestart), dat in Mook ook moest kunnen.
Van deze oorspronkelijke groep bleven uiteindelijk slechts drie man over, die doorzetten, te weten: Grad Gerrits, Tien Stenders en Wim van de Nieuwenhuizen.
Velen stelden zich beschikbaar als kandidaat voor de Raad van Elf, maar het duurde nog tot het najaar (in ons briefhoofd staat vermeld 11-11-’56 maar helemaal zeker zijn we daar niet van, hoewel ook niet van het tegendeel, dus we gaan er voorlopig maar van uit dat dat de juiste datum is) eer het tot een oprichtingsvergadering kwam. Inmiddels was het aantal kandidaten tot beneden het minimum geslonken. De vergadering werd geschorst en aan de tap werd de Raad van Elf bij elkaar “geronseld”.
Op een volgende vergadering van de nieuwbakken Raad van Elf werd besloten dat Bart Roeloffs onze eerste prins zou worden. Omdat Bart ook al deel uitmaakte van de Raad, was hier dus een vacature vrij. die echter niet meer werd aangevuld, zodat we dat eerste jaar dus met een raad van tien zijn gestart.
Er werd een voorlopig bestuur gevormd waarvan Bart Roelofs voorzitter werd en Karel Janssen secretaris, terwijl Tien Poelen de functie van penningmeester op zich nam. Dos Thijssen werd toegevoegd, deze wilde echter het eerste jaar nog niet in de Raad.
De naam “De Heikneuters” werd voor het eerst genoemd door Tien Poelen. De eerste kostuums, cape’s waren van voeringsatinet, grijs met geel gevoerd. De Prins had een zwarte cape met witte voering, een zwart vlinderdasje van velours-chiffon. Het geheel werd vervaardigd door Karel Janssen. Ieder bracht van zichzelf een zwarte broek en wit overhemd mee, alsmede zwarte schoenen. De steken konden Karel Janssen en Jan Willems voordelig op de kop tikken bij Puck Bakker op de Van Welderenstraat in Nijmegen en waren van dezelfde kleur als de cape’s.
Deze kostuums werden door de heren raadsleden uit eigen zak betaald, waarschijnlijk hebben ze daarvoor een bedrag van 25 gulden per persoon moeten ophoesten. En dat in die tijd!
Het eerste optreden van de vereniging was tijdens het Prinsenbal op zaterdag 23 februari 1957.
Ontstaan van D’n Ezelskop
Zondag 21 februari 1954 is voor de carnavalsvereniging een historische dag. In het café van Chrit Lommen aan de Venloseweg (nu Steinhagenstraat) besluit een klein gezelschap van enthousiastelingen de carnavalsvereniging op te richten. In enkele omliggende dorpen is al eerder besloten om een carnavalsverenfiging op te richten, maar in Sevenum heeft de kerk en de politiek zich er lang tegen verzet. Om in de carnavalssfeer te geraken, keren de kersverse leden hun colbertjassen binnenste buiten en hangen ze bierviltjes als onderscheiding om hun nek. De aanwezige kasteleins beginnen vervolgens een toep-spel. Sjaak Verrijth is de winnaar en bij hem (Kerkstraat) vindt op dinsdag 23 februari de tweede bijeenkomst plaats. Probleempje is dat de burgemeester echter eerst toestemming moet verlenen. Chrit Lommen en Ruud van der Beele, die nauwe banden hebben met de Koninklijke Harmonie ‘Unie’, gaan op maandagmorgen 22 februari naar het gemeentehuis om de goedkeuring te regelen. Omdat de burgemeester een zwak heeft voor de Harmonie wordt dit tweetal op pad gestuurd. Maar de burgermeester verleent de toestemming niet zo gemakkelijk. Hij is bang dat het een zuipfestijn zal worden. Als de defecte pomp op de markt ter sprake komt, belooft Ruud dat ze deze spoedig zullen repareren. De stemming slaat om en de prille carnavalsvereniging krijgt groen licht.
De Venlose krant schrijft op 23 februari 1954:
,,Sevenum: Te elfder ure zal ook Sevenum zijn eerste carnaval en zijn eerste Prins krijgen. Zondagavond heeft zich een Raad van Elf gevormd, die vanavond de plannen verder zal uitwerken in café Verrijth. De caféhouders hebben er eerlijk om getoept wie de eerste carnavalszitting onder zijn dak zal krijgen en de heer Verrijth bleek aan de kaarttafel niet te slaan. Bij wijze van oefening heeft men zondagavond alvast een verkleedpartij op touw gezet door de jassen omgekeerd te dragen. Vanavond zal ook de eerste Prins Carnaval worden uitgeroepen.”
Om elf uur hebben ze echter nog steeds geen Prins kunnen kiezen. Omdat het sluitingstijd is, wordt de vergadering voortgezet bij Truus Peeters - van der Beele, de buurvrouw van Sjaak Verrijth. Daar wordt Chrit Lommen met algemene stemmen uitgeroepen tot eerste Prins van Sevenum.
In de daaropvolgende dagen moet er veel gebeuren, want binnen enkele dagen treden de Prins en zijn gevolg naar buiten. Onder leiding van mevrouw Nel Verhaegh maken de vrouwen van de Raad van Elf van goedkoop zwart zijden stof kostuums, die afgezet worden met goudgalon. Een rolkraag, een vlinderstrikje en een spitse muts maken de outfit compleet. De Prins krijgt een cape, die wordt gemaakt door Johanna, de echtgenote van de Prins. Ze neemt de postbodecape van haar zwager Sjaak Lommen als model. De cape wordt op de grond gelegd en op karton nagetekend. Als de Prinsencape klaar is moet ze eigenlijk afgezet worden met hermelijnbont, maar omdat dit niet beschikbaar is, gebruikt ze konijnenvel. Chrit verft er zwarte stippen op, zodat het toch op hermelijnbont lijkt.
Voor de Prins wordt in Grubbenvorst een Prinsenmuts gekocht. De scepter wordt gemaakt van een ronde stok met daar bovenop een uitgesneden ‘Ezelskop’ en wordt voorzien van gekleurd lint. Als de scepter klaar is, kan Prins Chrit I op vrijdag 26 februari naar Venlo om een foto te laten maken die in de krant wordt geplaatst.In de smidse van Joep Poels bouwen de Raadsleden de Prinsenwagen, waarbij het accent vooral op de stevigheid ligt en niet op de schoonheid. En ook al zouden ze het willen, het lukt ze zeker niet om binnen vijf dagen een prachtige wagen te bouwen.
Op zaterdag 27 februari verschijnt onderstaand bericht in de Venlose krant:“Sevenum: In Sevenum regeert Chrit I. Chrit I is door de Sevenumse Raad op de troon gehesen en hiermee is de heer Lommen (Venloseweg) de eerste van Sevenums carnavalsdynastie. In zijn hofhouding zijn G. Janssen (Laar) en G. Janssen (Horsterweg) en R. van der Beele opgenomen. In de cafés zijn de zittingen begonnen die tot en met maandag zullen gehouden worden.”
Op maandagavond stelt de Prinsenwagen met de Raad van Elf, begeleid door de Harmonie, de ruiterclub, de gymnastiekvereniging en de schutterij zich op de Venloseweg op voor de carnavalsoptocht. Maskers zijn daarbij niet toegestaan. Op de markt staat nogal wat publiek om de eerste optocht te bekijken, maar niemand is verkleed. De route is kort: vanaf de Venloseweg (nu Steinhagenstraat) trekt de optocht naar de markt, langs de melkfabriek aan de Molenstraat en dan weer terug naar de Venloseweg.
Om half zeven gaat Prins Chrit I het harmoniebal bezoeken, waarna het om elf uur is gedaan met de pret. De viering staat die avond in het teken van de ezel die in decoraties en praalwagens terug te vinden is. ’s Avonds bezoekt het hele gezelschap de danszalen Houben en Hanssen, maar dit bezoek mag slechts tot tien uur duren. Het gezelschap heeft slechts een half uur de tijd om zich te ontdoen van zijn carnavalskleren, want om half elf moeten de danszalen sluiten.
(Bron: 5x11 boek Dun Ezelskop).
Vanaf 1 januari 2005 viert Gekke Maondaagvereniging De Wuilus zijn 5 x 11 jarig jubileum. Onder het thema BinnesteBoëte word gevierd dat 55 jaar geleden de Gekke Maondaagviering een nieuw en georganiseerd leven is ingeblazen.
Viering van historie
Het thema BinnesteBoëte heeft een dubbele betekenis. Aan de ene kant geeft het aan dat alles wat met de Gekke Maondaags activiteiten te maken heeft in 2005, nog uitbundiger gevierd zullen worden als dat dat normaal al altijd het geval is. Zo zal er naast een scala aan extra activiteiten ook een heuse (eenmalige ) Boëtezitting georganiseerd worden. Maar bovenal slaat het thema een brug met het verleden dat terug gaat tot voor 1951. Toen bestond er nog geen Gekke Maondaagvereneging die alles in georganiseerd verband aanpakt. De ekke Maondaag zelf bestond al wel!
‘Sebastianus-protes’
In de praktijk is het vaak al lastig genoeg om mede limburgers uit te leggen waarom die Veldenaere enkele weken voor de vastelaovund al hun Gekke Maondaag vieren, laat staan aan mensen van daarbuiten. Toch is dit relatief gemakkelijk.Want hoewel dr weinig bekend is over het fenomeen en er uit het verleden ook maar weinig documentatie bewaard is gebleven, is iedereen het er toch wel overeens hoe het ontstaan ervan tot stand is gekomen.
Sinds 1436 kent Velden volgens de overlevering een St.-Sebastianusgilde. Op 20 januari word de naamdag van deze heilige vriend gevierd door het Gilde. Echter dit mocht allen bijgewoond worden door mannen van 30 jaar en ouder. Omdat de jeugd de jeugd hieraan dus niet mocht deelnemen zijn deze uit protest op een gegeven moment hun eigen feest gaan organiseren. Op de maandag na de feestdag van het Sebastianus trok men op een boerekar vanuit buurtschap Schandelo naar het dorp. Daarbij droeg men de jas en broek binnenste buiten, als symbool voor hun ludieke protest. Bij ieder huis waar ze aan voorbij trokken, vroeg men de vrouw des huizes om een worst. Gekke Moandaag was geboren!!
Geboorte De Wuilus
Hoewel niet precies bekend is wanneer dit gebeurd, zou er toch reeds voor 1900 al een eerste prins zijn uitgeroepen. Net zoals dat nu nog het geval is, was dit een ongetrouwde jongeman.
In de oorlogsjaren kwam het Gekke Maondaagsgebeure stil te liggen. Vanaf 1950 is bekend dat er enkele vriendengroepen met wagens door de straten van Velden trokken.
Vanuit die optocht is uiteindelijk het initiatief ontstaan vanuit verschillende verenigingen om een volwaardige organisatie op te richten, waarbij uiteindelijk een raad van elf en een prins gekozen werden.
De Allereerste prins is Toën v.d. Berg 9 1951). Dit is uiteindelijk zo'n succes gebleken dat heden ten dage 5 x 11 jaar nog steeds De Wuilus actief is op dit gebied met als symbool de kaas
Viering 5x11
Dit geeft een beeld van de krachtige vereniging die in korte tijd veel georganiseerd heeft en dicht bij het volk staat. De Wuilus maakt zich op voor een 5x11 jubileum met een groëte boëtezitting op de zaterdag voor de Gekke Maondaag in het hart van Velden. Het hele jaar zal de geschiedenis van de Wuilus en vooral de oorsprong van Gekke Maondaag centraal staan.
Historie:
Vastelaovend in 't Ven besteit al lang. Langer dan de Moeraskwaakers zelf. De verschillende vereiniginge die in't Ven gehoesves zien krege ums de beurt de meugelikheid um eine prins oèt te rope veur det jaor. Ouk op de Gemmaschoeël woort en wuùrd aandach aan de vastelaovend bestaejd. D'r waas toendertièd ein thema en dao op woorte de aktiviteite veur de kinder aafgestump. Op ein gegaeve moment kós de vereiniging die aan de beurt waar gen trio beejein kriège. Wim Smits (baeter bekind as Pinke) kreeg dao lóch van vroog die klub of hae dan ein trio oet móg rope. Dao waas gen bezwaor taege en binne ein paar daag waas alles geregeld: op de prinsenbal stond d'r ein niej prinselik trio: eine prins met twieë vrouwelijke adjudante oftewaal madjudantes. Det had in Venlo nemus, maar de mós waat doon um op te valle.
Weej hebbe dan 't jaor 1974. Deze gang van zake zoot 'ne gas minse aan 't dinke. D'r woord vergaderd beej de Sabbel aan de bar en in november 1974 woord de vastelaovesvereiniging gebaore. De ieërste notule woorte dan waal op d'n achterkant van ein beerviltje gemak, de oprichting aevel ging offisjeel. Eine notaris makde de statute en 't ieërste dageliks besteur zörgde det de oprichting perfek waas. Neteurlik stónd d'r 'ne naam veur de vereiniging genoteerd. Me waas 't d'r gauw euver ens det 't wat met 't Ven te make meus hebbe en det ze zich wies in de stad woele laote huùre: 'ne kikker dae hard schrieëf dus: eine moeraskwaaker.
Met 't ieërste trio vele ze al op door de vrouweliken inbring. In Casele (Castenray) wao Wim vanaaf kwaam, waas det gebroèkelik. En zoeë begós d'r ein vereiniging te ontstaon die neet mièr weg te dinke is in -waat we noow neume- stadsdeil 't Ven. Zoeëwaal veur jónk as ald waere d'r aktiviteite georganiseerd zoeëdet ein tradisie in laeve blief.
De vastelaovundjveering in Wieërt es hieel nauw verbônge mette plaatselikke legende vanne rog, woee-aan de Wieërtenare de naam Rogstaekers ontlieene. Volgus de legende rieëj ieëuwe gelieëje ´nne vrieëmdje koupmân met ´nne wage vés op doeerreis doeer Wieërt. Doeer ´t schokke vanne wage oeever de hobbelige kei-je veel ´nne groeete rog vanne wage en blieef onopgemêrrektj doeer de voormân in Wieërt ligke. Ut mot ´n groeet en verschrikkelik bieest gewaesj zeen, op ´t ieerste gezicht zoee wat as ´n monster oet de hel. De brave Wieërtenare di-j ´t bieest vônge, méndje zellufs dette duuevel eur stédje belaagdje. Op allerlei-j muugelikke meneere woeert de bevolking gewaarschowdj.
Hendrik de Vos rieej op ziêne os met ´nne toeter roond, Peter de Bont waas d´n umrooper en houwdje op ´n bespanne biecaer de pestoeer en de schötteri-j woeerte um höllep geroope. De dappere leepe tesame met hârke, gaffels, reêke, zei-j-ze, hellebaarde, lânse, scheetgewieere en zellufs ´n kenon. Unne galg woeert opgerichtj; d´r woeert mood ingedroonke en de vrölluj spoeerdje eur manne aan, terwiêl weer ânger vrölluj eur manne prebieerdje aaf te hoaje van ´t duvelse gedrocht. Tot ´nne echte striêd es ´t noeets gekaome umdet de Wieërtenare zich hieel verzichtig toeendje. Daonaeve haaj de koupmân op ´n gegaeve memênt zien verlees inne gaate. Hae drej-dje um en kwoom oppe plaats terwiel de noeedklokke nog loowdje en de mînse nog altiêd oeever d´n aanval aan ´t oeeverlégke woeere. Hae drong zich oppe vuuergroond en maakdje ´n indj aan de konsternâsie doeer de vés op ziêne wage te smiête en te roope: "Gy lompe Weertenaers weet gewis dat dit heden was mynen vis" Vanaaf toen woore de Wieërtenare "De Rogstaekers" geneumtj
De golfbraekers 'EIN GESJIEDENIS'
Oet de 'Vastelaovesgezet' van 1977:
"Begin december 1973 waerdj de basis gelag vuuër ut ontstaon van carnavalsverneiging De Golfbraekers. Willem, dae toen sinds ein paar maondje de 'Showboat' exploiteerdje, kwaom mèt ut idee van ein 'carnavals-clubje'. Hij vònj al gauw ènkele jòngens bereid òm hie aan mèt te doon. Mèt de carnaval in 1974 waerdje op de boeat de ieërste Prins Carnaval oetgerope. Ut waerdje de Prins te Water Jan den Ieërste, dae het nog zònger Raod van Elf mòs stèlle, mer ut begin woor der! Op ’t inj van 1974 waerdje de ieërste Raod van Elf geformeerdj en toet Prins waerdje oetgerope Prins Herman den Ieërste.
Men wòl neet langer ein 'clubje' op de boeat blieve, mer ein (h)echte vereniging vuuër hieël Wèssem waere. Mèt de carnavalsdaag van 1975 waerdje van café nao café getròkke en de eerste Prinsenwagen reej mèt in de optocht. Vuuër de kinjer van de kleutersjoeal waerdje de ieërste 'jeugdmiddag' georganiseerdj door de minse van de 'jeugdcarnaval'. Van alle kantje kwome positieve toet hieël positieve reacties. "Men mòs hiemèt doorgaon", waerdje gerope. De naam van "De Golfbraekers" waerdje geboeare.
Carnaval 1976 waerdje nog baeter vuuërbereidj en in samenwèrking mèt de minsen van het 'jeugdcarnaval' (Tiny en Jac Linssen, Jan en Lies Valkenburg en Truus en Rien van Bergen) kwome de jeugdmiddagen op de 'Bingozaal' en 'Het Centrum' en eine groeatere optocht toet standj. De ieërste Prins van "De Golfbraekers", Prins Ad den Ieërste, kreeg op carnavalsmaondig de sluuëtel van de gemèndje Wèssem uuëverhandigdj. Vuuër dit jaor waerdje de Jeugdcarnaval en de Raod van Elf samengevoegdj ònger eine naam en waerdje opnoew de vuuërbereidinge gestartj."
Carnavalsvereniging "De Golfbraekers" is inmiddels oetgegruudj toet ein volwasse, oer-gezellige en good georganiseerdje vereniging die neet mieër oet Wèssem weg te dinke vèltj. De vereniging haet inmiddels häör 3X11 jaorig jubileum gevierdj. Het ledenaantal bestuit oet mieër den tweehonderd enorm enthousiaste, gezellige en gemotiveerdje carnavalisten.
Ysselsteyn en carnavalsvereniging De Piëlreus zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. De Piëlreus viert dit jaar haar 5x11-jarig bestaan en het ledenbestand van de vereniging blijft groeien. De Piëlreus maakt de carnaval in Ysselsteyn ieder jaar tot een bijzonder dorpsfeest. Op 10 november starten de jubileumfestiviteiten.
De carnavalsvereniging van Ysselsteyn is opgericht op 30 september 1954 onder de naam ‘de Kluut’ . De naam ‘Kluut’ beviel niet iedereen. In 1956 bekende de toenmalige vorst uit Venray, Karel Wijnen, de roepnaam voor zijn vereniging niet optimaal te vinden. Diezelfde avond vertelde hij een legende over Reuzen. Hij verhaalde over Reuzen die ons dorpje in de Peel bewoonden; de zogenaamde Pielreuzen. Na hun dagelijkse werk, het uitgraven van de Maas, keerden zij ’s avonds met een voldaan gevoel naar huis. De berg waar zij vroeger hun klompen leeg maakten heet tegenwoordig de ‘Woverseberg’. De leden waren overtuigd van de sage en de naam werd veranderd in Carnavalsvereniging “de Pielreus”. Nu, 55 jaar later telt de vereniging bijna 1000 leden en is hiermee de grootste culturele vereniging van Ysselsteyn.
Een andere opvallende verandering was in 1998, de uitbreiding van twee naar drie bonte avonden. Door de explosieve groei van het ledenaantal was deze uitbreiding noodzakelijk, simpelweg omdat de locatie slechts plaats biedt aan 350 personen. De bonte avonden worden ingevuld met toneel, sketches en muziek, verzorgd door louter Ysselsteynse artiesten.
Dat de vereniging leeft in Ysselsteyn wordt ook duidelijk tijdens de jaarlijkse optocht. Met ongeveer 500 deelnemers - een vierde deel van de totale Ysselsteynse bevolking - is de carnavalsoptocht een jaarlijks hoogtepunt voor iedere Piëlreus.
Vooral typerend voor deze carnavalsvereniging is de binding met dorpsgenoten. Iedereen wil betrokken zijn bij het dorpsfeest en zijn graantje meepakken als het gaat om vastenavond. Of het gaat om een hoofdrol, een optreden tijdens een bonte avond of gewoon gezellig aanwezig zijn langs de kant van de optocht. Je ziet er ieder mens op zijn manier genieten van de carnaval in Ysselsteyn. Diegenen die de drukte minder of niet meer kunnen opbrengen worden niet overgeslagen in Ysselsteyn maar krijgen hoog bezoek. De vereniging gaat jaarlijks bij een tiental zieke of minder valide Piëlreuzen en Pielreuzinnekes op de koffie. Een bijzonder moment voor allemaal.